Onze stadstuin in juli

Afgelopen zaterdag eindigde in onze streken het verbod op verspilling van drinkwater. Al bij al heeft onze tuin niet echt te lijden gehad onder het verbod. De vijg en blauwen regen hebben een paar dorre bladeren, maar voor onze moestuin was het niet echt een probleem. Misschien omdat we onze moestuinhoek genoeg beschermden met onze parasol tegen de zon?

De pompoen heeft zelfs een flinke groeispurt gedaan. Van de frambozen smullen we ondertussen al een paar weken en gisteren konden we onze eerste Japanse wijnbes van het jaar proeven, mmm.

Een paar impressies:

We zijn ze bijna beu, onze frambozen. Gelukkig eten de merels mee.

Detail uit onze pottentuin: vogeltje tussen tijm en munt.

Onze aardbeimunt staat in bloei, net als onze paarse basilicum. De bijtjes (en een occasionele vlieg) zijn er blij mee.

Onze pompoen is aan een ontsnappingspoging bezig.

Een prikkelig plantje, maar oh zo lekker.

De oogst vandaag: frambozen en Japanse wijnbes

Zelfs de petunia, toch een plant die niet van droge voeten houdt, is er weer helemaal bovenop.

Ik zit trouwens sinds kort op Instagram. Een mens moet mee met zijn tijd en zo. Vertel, wie is tuiniergewijs de moeite om te volgen? Zelfpromotie is uiteraard toegestaan.

500 jaar Dodoens

Hip hip hoera! Vandaag is het exact vijf eeuwen geleden dat Rembert Dodoens (1517-1585) werd geboren. Ter ere van zijn 500ste verjaardag zet het museum Plantin-Moretus in Antwerpen zijn activiteiten dit jaar in het teken van Dodoens.

Afgelopen zaterdag tijdens de Open Tuindagen volgde ik er een rondleiding in de binnentuin van het museum en drukte ik een zonnebloem uit Dodoens Cruydeboeck op een van de persen van het drukkerijmuseum. (Gemist? Geen nood, een herkansing volgt tijdens Museumnacht op 5 augustus.)

Onze gids vertelde heel enthousiast over de plantenkennis in de Renaissance.

Dodoens was lange tijd de stadsgeneesheer van Mechelen en schreef het Cruydeboeck waarin meer dan 1.000 inheemse planten beschreven staan met illustraties, namen en werking. Heel bijzonder voor die tijd was ook dat het boek in het Nederlands (Neerduytsch) geschreven was en niet in het Latijn. Dodoens vond het heel belangrijk dat zo veel mogelijk mensen een goede kennis van kruiden hadden.

De binnentuin van museum Plantin-Moretus, een Antwerps pareltje

Het Cruydeboeck was meer dan twee eeuwen lang het meest gebruikte handboek over kruiden in West-Europa. Zijn naslagwerk was in de tijd na de bijbel het meest vertaalde boek, dat wil al wat zeggen… Dodoens was de eerste die afweek van een alfabetische opsomming en de planten opdeelde in groepen.

Om zijn verjaardag te vieren, kan je een bezoek brengen aan een dodoenstuin in bijvoorbeeld Schilde of in Mechelen. In Mechelen zijn er het hele jaar door activiteiten, bijvoorbeeld begeleide wandelingen in de Dodoenstuin en cursussen botanisch tekenen. (Klik hier voor het volledige overzicht) 

Bewaren

De Mosfabriek tegen fijn stof

Van mos is het geweten dat de plant goed is om het fijn stof uit de lucht te halen. Maar welke mossoort het efficiëntste werkt en hoe je die het beste kweekt, daar is veel minder informatie over te vinden.

Mosman Joachim doet sinds november vorig jaar onderzoek naar de beste kweekmethodes van mos. Universiteit Antwerpen heeft interesse getoond om dit najaar samen te werken rond een onderzoeksproject over de impact van mos op de luchtkwaliteit in de stad.

Mosman Joachim in De Mosfabriek

Twee jaar geleden raakte hij in de ban van mos na een workshop Moslandschappen bij NADA. In het begin trok hij met een plamuurmesje door de straten om mos weg te schrapen voor zijn moswerken. Ondertussen is zijn project uitgebreid met een heuse kwekerij.

Een van Joachims moswerken.

Tijdens zoektochten op industrie- en privé terreinen verzamelde hij, met toestemming van de eigenaar, al 40 soorten mos. Slechts een begin, want er zijn meer dan 670 soorten mos in België alleen al. “Het is een uitdaging om aan 150 mossoorten te komen.” Joachim wil een levende moscatalogus opzetten die mensen kunnen bezoeken.

Haarmos, een van de vele mossoorten in de kwekerij.

Maar Joachim wil niet alleen mos verzamelen. Hij is vooral bezig met onderzoek naar de beste kweekmethodes. Een proces met vallen en opstaan. “Ik heb ondertussen geleerd dat je het irrigatiesysteem moet automatiseren”, zegt hij. “Om goed te groeien, moet mos altijd vochtig zijn en uit direct zonlicht blijven.”

En een kweekplek waar vogels niet binnen kunnen, is ook geen overbodige luxe. De kwekerij is gevestigd in een van de serres van een voormalige sierkwekerij die al bijna 20 jaar leegstond. Merels vinden nu gemakkelijk de weg langs de kapotte ramen. “Ze hebben ondertussen 40 van mijn 50 moswerken vernield”, zegt Joachim.

In de oude serre groeit zelfs een boom…

Hoog tijd dus voor een nieuwe plek. Daarom startte Joachim met een crowdfundingcampagne. Met de opbrengst wil hij een schaduwtunnel en kweektafel aankopen. De schaduwtunnel houdt het zonlicht en de merels buiten en de regen binnen.

Je kan Joachims project een duwtje in de rug geven via een gift op rekeningnummer BE86 7360 3621 8450. Schrijf in de mededeling je naam en familienaam en stuur een mail naar Mosfabriek@gmail.com.

In ruil krijg je:

  • 0,5 euro: high five
  • 15 euro: lidkaart, vrije toegang kwekerijen
  • 25 euro: epoxy kubus met mosplantje in
  • 50 euro: een starterspakket waar je een kokedama mee kan maken
  • 75 euro: een workshopplaats in je provincie
  • 100 euro: een moswerk van Joachim

Mijn centjes zijn onderweg!

Bananen en papaja uit Moorsel

Afgelopen weekend kon je weer binnengluren bij 200 ecologische tuinen in België en Nederland tijdens de Ecotuindagen van Velt. Met man en kind bezocht ik twee leuke initiatieven: een tropische tuin mét zwemvijver in Moorsel (Aalst) en een bostuin in Sint-Niklaas. Vandaag deel ik graag het verslagje van ons bezoek aan de tropisch tuin.

Ik ben al een tijdje fan van Mier vzw. Hun projecten zijn altijd origineel en doordrongen van permacultuur. Vorig jaar zag ik ze bijvoorbeeld in actie bij de opstart van een daktuin voor de scouts, compleet met gesjord aquaduct en vijver. Geniaal.

Toen ik hoorde dat ze sinds oktober aan de slag waren in een oude rozenkwekerij in Moorsel, een landelijke deelgemeente van Aalst, moest en zou ik een kijkje gaan nemen. Een meevaller dus dat ze meededen aan de Ecotuindagen van Velt!

Het jonge voedselbos in Moorsel.

In de Warme Meente, zoals de tuin heet, werkt Mier vzw samen met buurtbewoners aan een overdekt voedselbos vol tropische planten. Afgelopen maanden konden ze al hun eerste abrikozen oogsten – hoe geweldig is dat?

Tropische planten in de Warme Meente

De serre wordt ’s winters niet verwarmd, zodat de temperaturen tegen het vriespunt aanleunen. In de zomer lopen de temperaturen hoog op. Daarom kiest men voor exotische planten uit gebieden als Marokko of de Andes, waar je koude winters en hete zomers hebt. Denk aan zoethout, papaja, banaan, gember, perzik…

De tuinierders maken wel gebruik van het oorspronkelijke watersysteem: een sproei-installatie. Om het bewateren efficiënter te maken – een stokpaardje van de permacultuur – hebben ze gootjes gegraven en legden ze een subtropische zwemvijver aan – hoe geweldig is dat? (bis)

Tussen de bananenplant en aardbeienplanten loopt een gootje voor betere bewatering.

De zwemvijver van 12 meter lang en 4 meter breed en op sommige plaatsen 2 meter diep, met kinderbadje, heeft meerdere functies. In de winter vormt het een warmtebuffer, in de zomer als het snikheet is in de serre kan men er een verfrissende duik nemen. Uiteraard groeien er ook planten in het water zoals bladpeper, papyrus en waterkastanjes.

De geweldige zwemvijver is een paradijs voor de buurtkinderen.

Het hoeft verder geen betoog dat ik geweldig fan ben van het project. Ik ben benieuwd hoe het voedselbos de komende jaren zal veranderen en groeien.

Betalen voor plantgoed of een drankje doe je met faluns. Zo steun je ook meteen het project.

Ga trouwens gerust zelf een keer kijken! De tuin is regelmatig open op donderdag tussen 10 en 13 uur en zaterdag tussen 14 en 17 uur. Je kan er vaak plantgoed kopen of een sapje/pintje (schrappen wat niet past) drinken. Zo steun je meteen ook de tuin.

De Warme Meente, Keimolenstraat 5, 9310 Aalst.

Een bostuin in Sint-Niklaas

Afgelopen weekend kon je weer binnengluren bij 200 ecologische tuinen in België en Nederland tijdens de Ecotuindagen van Velt. Met man en kind bezocht ik twee leuke initiatieven: een tropische tuin mét zwemvijver in Moorsel (Aalst) en een bostuin in Sint-Niklaas. Vandaag deel ik graag het verslagje van ons bezoek aan de bos- en samentuin in Sint-Niklaas.

In de lagere school had ik het geluk om een bos als speelplaats te hebben. Met mijn vriendjes bouwden we kampen in de rododendronstruiken, betaalden we met dennenappels en maakten we kabouterhuisjes aan de voet van de bomen.


Die herinneringen kwamen weer boven tijdens het bezoek aan Op den Hof in Sint-Niklaas. Geweldig met hoeveel energie kinderen in het speelbos kunnen ravotten.

De bos- en samentuin aan de rand van de stad is niet alleen bos. De acht gezinnen die de lap grond anderhalf jaar geleden kochten, maakten ook plaats voor een moestuinhoek, een kampvuur en een speelweide.

Daarvoor moesten ze de strijd aanbinden met de Japanse duizendknoop en omgevallen bomen verwijderen.  Op termijn willen ze de rij populieren weg, omdat deze bomen blijkbaar vaak omwaaien. Voordat ze beginnen kappen, willen ze de vers aangeplante sneukelhaag nog de kans geven om te groeien, zodat de wind geen vrij spel krijgt op het terrein.


Wie heeft er nog een tuin nodig als je hier kan spelen en vertoeven?

Een dakmoestuin op school

Een looppiste of een moestuin. Dit waren de twee opties voor het dak van een Brusselse basisschool. Twee jaar later is de school nog steeds erg blij met haar keuze voor een daktuin.

‘Leerlingen leren dankzij de dakmoestuin waar hun eten vandaan komt’, zegt Stef Colens, directeur van de basisschool Heilige Familie in Schaarbeek, een van de meest dichtstbevolkte gemeentes in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Nu kunnen de 280 leerlingen van de school van dichtbij zien hoe voedsel groeit. En proeven! Het aantal leerlingen dat ’s middags een warme maaltijd eet, steeg sinds de start van de dakmoestuin van 40 naar 160. ‘Dat we volledig vegetarisch koken, heeft alleen maar voordelen’, zegt directeur Colens. ‘We tonen hoe een gezonde maaltijd eruit ziet en voor onze moslimleerlingen valt de vraag weg of het wel halal is.’

In de tuin kweekt de school bonen, wortels, tomaten, bloemkool en tomaten. ‘Het is helaas onmogelijk om helemaal zelfvoorzienend te zijn met onze moestuin’, zegt directeur Colens. In de wintermaanden ligt de oogst helemaal stil. De andere ingrediënten haalt de school in buurtwinkels. ‘We willen een echte buurtschool zijn en daarom kopen we zo veel mogelijk dingen lokaal aan’, zegt hij. Dat is wat duurder, maar daardoor hebben we ook een sterk netwerk waar we op kunnen bouwen.’

De directeur ziet het als de taak van de school om evenwichtige voeding te promoten, maar de moestuin is daarnaast een goede manier om ouders te betrekken. De meeste ouders zijn erg enthousiast over de tuin. Het oudercomité zorgt ervoor dat er tijdens de weekends en vakanties genoeg helpers zijn om de moestuin te onderhouden. In de zomervakantie vriest men de oogst in zodat die begin september op het bord van de leerlingen belandt. ‘Ouders van heel diverse achtergronden vinden elkaar dankzij de groenten’, zegt directeur Colens.

Vanaf dit jaar kunnen leerlingen ook mee tuinieren. Zo mogen ze tijdens de pauzes het onkruid wieden of de planten water geven. Voor sommige kinderen is het tuinieren een verademing, ver weg van de drukke speelplaats. Later dit jaar bouwt de school een serre op het dak zodat de leerlingen nog beter kunnen zien hoe een zaadje uitgroeit tot plant.

Dit artikel verscheen eerder in het magazine Stadstuinieren 2017-01. De nieuwste editie ligt sinds deze week in de krantenwinkel. 

Een gratis huis voor gierzwaluwen

Mijn perfecte zomeravond: een grote citronellakaars flakkert in de schemering van onze stadstuin. We nippen van onze rosé en nemen nog een olijfje of twee, terwijl we genieten van elkaars gezelschap en de zon nog nagloeit op onze gezichten. Dan horen we een piepend ‘srie-srie’: de gierzwaluwen zijn er weer.

Gierzwaluwen spenderen bijna hun hele leven in de lucht.

Gierzwaluwen zijn, anders dan de naam het doet vermoeden, meer verwant met de kolibrie dan met de boeren- of huiszwaluw. Ze leven 3 maanden per jaar in België en Nederland: van eind april tot begin augustus. Je vindt ze vooral in oude stadswijken, want ze maken hun nesten het liefst in de kieren en spleten van oude dakranden.

Het aantal gierzwaluwen in de stad neemt elk jaar helaas af. Door renovatie en isolatie van oude daken vinden de vogels geen broedplekken meer. In Antwerpen heeft Natuurpunt er nu iets op gevonden: gratis nestkasten voor gierzwaluwen. De stad en de districten Berchem, Borgerhout en Antwerpen verdelen in totaal 130 nestkasten. Het lijkt misschien weinig, maar niet elk huis is hiervoor geschikt. Want dit is de beste plek voor de nestkasten:

  • Een dakrand die gericht is naar het noorden of het oosten is het best.
  • Er is een vrije valhoogte van minimaal 5 meter nodig.
  • Bomen, palen of draden mogen de aanvliegroute niet belemmeren.
  • Gierzwaluwen leven in kolonies. Probeer dus meerdere kasten te hangen of overtuig uw buren.

Wij hebben geen plek die aan alle eisen voldoet, maar jij misschien wel? Vraag dan je gratis nestkastje aan via vogelwerkgroep@natuurpuntantwerpenstad.be.

Blindentuin in Hof van Leysen

De buurtbewoners van het Hof van Leysen, een sympathiek park in Antwerpen, nemen sinds september vorig jaar de verwaarloosde blindentuin onder handen. Ik ging een kijkje nemen, nieuwsgierig naar het werk dat er tot nu toe verzet is.

De blindentuin is nu een samentuin voor de buurt

De blindentuin werd eind jaren zeventig aangelegd door de provincie Antwerpen. Het concept was op zich goed: een tuin in hoge bakken met metalen leuningen waarmee blinden en slechtzienden zich konden laten leiden. Er stond (en staat) zelfs een plattegrond in braille. In de tuin groeiden vooral planten die lekker geurden of fijn aanvoelden.

Het oude infobord in braille staat er nog.

De locatie was ook niet zo slecht gekozen: aan de overkant van het park ligt een instituut voor vrouwen met een visuele handicap. Zij kunnen er al meer dan 40 jaar terecht voor opleidingen en woonondersteuning.

Toch raakte de blindentuin al snel in verval. De provincie was heel enthousiast toen buurtbewoners vorig jaar besloten om de tuin aan te pakken. Met de steun van de burgerbegroting en de provincie vernieuwden vrijwilligers uit de buurt de vermolmde moestuinbakken en plantten ze bessenstruiken, kruiden, bloemen en groenten.

Ongeveer de helft van de bakken moest vernieuwd worden.

De grootste uitdaging voor de samentuin is naar eigen zeggen de spelende kinderen in het park. Naast de tuin ligt een speeltuin en de kinderen rennen ook graag tussen de moestuinbakken. Dat is natuurlijk nog niet zo erg, vervelender is dat ze soms ook in de bakken klauteren, planten vertrappelen en ze kaal plukken. Om dit tegen te gaan, maken enkele kinderen pictogrammen om op te hangen in de tuin en staat er een infobord voor de ouders.

Vrijwilligers voor de samentuin zijn nog steeds welkom. Via deze facebookpagina blijf je op de hoogte van werkdagen in de tuin. De tuiniers plannen daarnaast ook activiteiten zoals een picknick of een filmavond over ecologie voor de buurt.

Weer een mooie aanwinst voor de buurt!

Onze stadstuin in april

Het is al een hele tijd geleden dat ik jullie nog een blik gunde in onze stadstuin. Bij deze!

Het meest genieten we op dit moment van onze blauwe regen. Nog nooit had onze klimplant zo veel bloemen. De geur alleen al vind ik heerlijk.

De geranium staat weer prachtig en lokt heel wat hommels en bijtjes.

De hosta’s hebben de slakken min of meer overleefd en ook de campanula kleurt de tuin frisgroen. De eerste meiklokjes laten hun schattige witte bloemen zien.

Daarentegen hebben de blauwe druifjes hun beste periode achter de rug. Het is fijn dat deze plant de tuin zo mooi blauw kleurt in het vroege voorjaar en de bijen ervan kunnen eten wanneer er verder nog weinig nectar te vinden is. Van de andere kant weet ik niet goed wat doen na de bloeiperiode, wanneer de planten er wat mistroostig bij staan. Iemand een tip?

In onze moestuinbak staan voorlopig twee kleine plantjes: een bloemkool en een broccoli. De slakken zijn ook hier gepasseerd, maar de schade valt al bij al nog mee. Verder probeer ik de moed bij elkaar te rapen om er dit seizoen nog iets van te maken, want de moestuinbak is nu vooral een kattenbak. Niet zo motiverend…

Wordt vervolgd…

Bewaren

Wilde planten eten

Nathalie van LesOdettes toont hoe vogelmuur eruit ziet.

Vorige week trok ik op wildplukwandeling in Antwerpen met Nathalie van LesOdettes. De vraag die dan op ieders lippen brandt: is dat niet vies met al die honden in de stad? Nathalies antwoord: ‘Mensen vergeten dat vossen en vogels ook op de groenten in het veld kakken.’ En met een aantal tips in het achterhoofd lijkt dit nogal mee te vallen:

  • Pluk niet te dicht bij een gevel of paaltje of een andere plek waarvan je vermoedt dat honden het aantrekkelijk vinden
  • In het bos is het belangrijk dat je plukt vanaf kniehoogte. Daaronder is er kans op de vossenziekte (vossenlintworm)
  • Was je oogst met water met daarin een scheutje azijn en spoel na

Waarom je dan toch aan het wildplukken moet? Niets moet natuurlijk, maar je leert weer heel nieuwe smaken kennen. Die citroenachtige slash etherische smaak van de douglasspar bijvoorbeeld. Nog nooit eerder geproefd en dus ook wat moeilijk te omschrijven.

Je kan de naalden en de dennenappels gebruiken om je gerechten op smaak te brengen.

Ook goed om te weten: wilde planten zijn nooit gecultiveerd en hebben daardoor nog heel veel voedingsstoffen. Anders dan de groenten uit de winkel maar ook uit eigen moestuin zijn ze nooit geselecteerd op kleur of vorm. Meteen ook een reden om het gebruik van wilde planten te doseren. Brandnetels werken bijvoorbeeld heel bloedzuiverend. Gezond, maar grote dosissen veroorzaken soms acne.

Een salade met onder andere look zonder look en daslook.

Wilde planten gebruik je dus best met mate. Bijvoorbeeld door wat madeliefjes te verwerken in een salade, kleine veldkers in de soep te draaien of om pesto te maken van dovenetel.

Houd je aan deze wildplukregels, zodat iedereen ervan kan genieten:

  • Pluk alleen voor eigen gebruik
  • Pluk niet meer dan 1/3de van de populatie
  • Laat de wortels van de planten staan
  • Vraag vooraf toestemming aan de eigenaar als je op privé gebied plukt

Mijn persoonlijke ontdekking was vogelmuur, een klein, onnozel plantje dat verrassend lekker smaakt naar verse erwtjes. Ook heel lekker is daslook, al was dat voor mij geen nieuwe kennismaking. Ik heb zelf wat daslook in mijn tuin staan en weet nu in Antwerpen waar je ze in het wild kan plukken (kuch Boelaertpark kuch).

Bloemblaadjes van seringen zijn lekker met opgeklopt eiwit en bloemsuiker

De wildplukwandeling doet je helemaal anders naar de stad kijken: in de tuin van de kerk staan bijvoorbeeld madeliefjes voor je salade en een appelboom waarvan je de bloesems ook kan eten. In een bloembak op iemands vensterbank komt wat klaverzuring piepen tussen de aangeplante kruiden. De palmkool in een moestuinbak van een samentuin was doorgeschoten, zodat we van de bloemetjes konden proeven.

Ik ga zeker wat vaker wildplukken. De eetbare bloemen zijn ideaal om gerechten te pimpen en ik neem me voor om dit jaar af en toe eens ‘onkruidpesto’ te maken. Gezond en lekker!