Pompoenen oogsten

Naar jaarlijkse traditie neemt een plant onze stadstuin in het najaar helemaal over. Het eerste jaar was dat de Oost-Indische kers. Vorig jaar ging de courgette uit de bol. Dit jaar verkende de flespompoen alle hoeken van onze tuin.

De pompoen klom zelfs in de vlinderstruik van de buurman, oeps!

Slechte punten als tuinier, want van een butternut hoor je de zijscheuten weg te snoeien om er maar 2 à 3 over te houden. Door regelmatig te snoeien, stroomt alle energie naar de vruchten van de plant. Maar ach, gisteren kon ik toch deze twee mooie pompoenen oogsten. Nog net op tijd, want ze voorspellen binnenkort nachtvorst en daar houdt deze plant niet van.

De butternut oogst je best tussen eind augustus en begin september, maar ik had de onze nogal laat gezaaid en door het warme najaarsweer heb ik hem nog wat extra tijd gegeven om de vruchten af te rijpen. Je merkt aan de stengel of een pompoen rijp is: wanneer er strepen te zien zijn, kan je hem oogsten.

Een zijscheut maakte een mooie vrucht op ons plantenklimrek.

Hoe kleiner je oogst, hoe meer smaak. Deze zullen dus vooral in de soep en Indische (lees: lekker gekruide) curry’s belanden. Mij hoor je niet klagen.

Als je bij het oogsten de steel eraan laat, kan je de pompoen in theorie ongeveer 4 maanden bewaren. In de praktijk zal deze oogst met moeite het einde van deze maand halen. Met het vriesweer in het vooruitzicht zal een pompoensoepje extra goed smaken…

Heb jij nog een late oogst gedaan of in het vooruitzicht?

Bewaren

Bewaren

Advertenties

Noten plukken op de begraafplaats

Peren, appelen en noten plukken tussen de grafzerken. Niet de meest voor de handliggende plek, maar in het Antwerpse Sint-Fredegandus begraafpark kan en mag je voor eigen gebruik komen plukken. Wel met respect voor de graven en bomen, benadrukt Mark, de man die me rondleidt op de begraafplaats tijdens Open Monumentendag.

Notenbomen tussen de zerken.

Het kerkhof is de oudste, nog bestaande, Antwerpse begraafplaats. Ondertussen wordt er hier niet meer begraven. Het oude gedeelte is geklasseerd, terwijl het overige gedeelte eind jaren negentig omgevormd werd tot park door architect Chris Vermander. Die hield rekening met het karakter en de geschiedenis van de plek.

Mijn gids werkte meer dan 20 jaar op de begraafplaats en is meer dan 30 vrijwilliger bij de heemkundige kring. Een wandelende encyclopedie!

“Ooit stonden er rondom de kerk een paar notenbomen waarvan de opbrengst verdeeld werd onder de armen”, vertelt mijn gids. “We vroegen aan de architect om dit in zijn ontwerp op te nemen.” De architect nam het advies ter harte en uiteindelijk werden er meer dan 100 notenbomen gepland tussen de zerken en langs de paden.

Het laten verwilderen van de planten is een bewuste keuze.

In een uithoek van de begraafplaats kregen oude peren- en appelrassen een plek. Door het slechte weer de afgelopen maanden viel de oogst dit jaar flink tegen. De notenbomen daarentegen hangen vol vruchten.

De jonge fruitbomen dragen dit jaar amper vruchten.

Ook in de rest van het begraafpark lijkt de natuur de overhand te nemen. Klimop overwoekert de graven en vlinderstruiken groeien vrolijk tussen de gebarsten zerken. “Soms halen we de klimop weg, maar eigenlijk is het beter dat we de plant laten groeien”, vertelt Mark. “De plant houdt de vervallen zerken goed samen. Zodra we de stengels weghalen, durven de stenen wel eens uit elkaar vallen.”

Sommige graven zijn in heel slechte staat

De wilde bloemen en vlinderstruiken snoeit men pas na de bloei terug, zodat de bijen en vlinders ervan kunnen genieten. Er leven niet alleen insecten, maar ook grotere dieren zoals egels. Er werd zelfs een mossoort ontdekt dat vooral in de Ardennen groeit en verder niet voorkomt in Vlaanderen.

Wuivende halmen tussen de grafzerken.

Of hoe kerkhoven in de stad een zegen kunnen zijn voor de lokale biodiversiteit!

Tuinstraten: het resultaat

Wat vliegt de tijd! In maart lanceerde Antwerpen aan’t Woord een eerste oproep, op 15 september zit het tuinstratenproject er alweer op. Het was dus dringend tijd om een kijkje te nemen bij de drie deelnemende straten.

Elke straat heeft zo zijn eigen karakter. De Pretstraat ligt in de natiebuurt, vlakbij Park Spoor Noord. Brede kasseibanen en oude pakhuizen typeren de omgeving.

De Pretstraat

De tuinstraat daar is een plek geworden om te vertoeven: er zijn een bar, banken en groene hoekjes die vooral gezellig zijn. Eetbaar moet al dat groen niet per se zijn, al staat er hier en daar wel een bak met groenten en kruiden.

De Pieter Génardstraat is een zijstraat van een drukke winkelstraat op het Kiel, in het zuiden van de stad. De straat ligt in de schaduw van het voetbalstadion van ‘den Beerschot’.

20170822_102226

Wie alleen maar witte en paarse bloemen verwacht, komt bedrogen uit. Gelukkig is er toch een buur die de clubvlag uithangt. Indrukwekkend is de houten constructie in de straat. Is het een zithoek? Of een speelplek? Het ziet er in ieder geval uitnodigend uit. Ook leuk is het blotevoetenpad. Net als in De Pretstraat is er een petanquebaan en banken om buiten te zitten. Wel iets meer moestuinhoeken, was mijn eerste indruk.

Tot slot is er de tuinstraat in de Nottebohmstraat. De straat ligt in het hippe Zuid en komt uit op de Dageraadplaats, een plein met het hoogste gehalte aan bakfietsouders in de stad (al is het ondertussen een nek-aan-nekrace met het Krugerplein denk ik). Bakfietsers weten waar de leukste speelplekken zijn én je lekker kan eten trouwens.

20170822_111333.jpg

Een originele tuinstraat bouwen is misschien wat minder aan hen besteed. Ik moest Google erbij halen om de straat te vinden. Ondanks dat het een doodlopende straat is, was er van een tuin weinig te merken. Twee bloembakken en een groene fietsenstallingen, dat was het. En misschien ook nog twee boomspiegels, al zou het kunnen dat die er voor het project er ook al zo uitzagen. Misschien hebben de bewoners er minder nood aan? Hun buren kunnen ze al op de Dageraadplaats ontmoeten en de buurt heeft best veel goedverzorgde groene gevels.

Bij de twee andere straten was de transformatie iets spectaculairder, maar ik hoop dat de deelnemers in de drie straten veel bijgeleerd hebben en vooral dat ze de smaak te pakken hebben gekregen!

Onze stadstuin in juli

Afgelopen zaterdag eindigde in onze streken het verbod op verspilling van drinkwater. Al bij al heeft onze tuin niet echt te lijden gehad onder het verbod. De vijg en blauwen regen hebben een paar dorre bladeren, maar voor onze moestuin was het niet echt een probleem. Misschien omdat we onze moestuinhoek genoeg beschermden met onze parasol tegen de zon?

De pompoen heeft zelfs een flinke groeispurt gedaan. Van de frambozen smullen we ondertussen al een paar weken en gisteren konden we onze eerste Japanse wijnbes van het jaar proeven, mmm.

Een paar impressies:

We zijn ze bijna beu, onze frambozen. Gelukkig eten de merels mee.

Detail uit onze pottentuin: vogeltje tussen tijm en munt.

Onze aardbeimunt staat in bloei, net als onze paarse basilicum. De bijtjes (en een occasionele vlieg) zijn er blij mee.

Onze pompoen is aan een ontsnappingspoging bezig.

Een prikkelig plantje, maar oh zo lekker.

De oogst vandaag: frambozen en Japanse wijnbes

Zelfs de petunia, toch een plant die niet van droge voeten houdt, is er weer helemaal bovenop.

Ik zit trouwens sinds kort op Instagram. Een mens moet mee met zijn tijd en zo. Vertel, wie is tuiniergewijs de moeite om te volgen? Zelfpromotie is uiteraard toegestaan.

500 jaar Dodoens

Hip hip hoera! Vandaag is het exact vijf eeuwen geleden dat Rembert Dodoens (1517-1585) werd geboren. Ter ere van zijn 500ste verjaardag zet het museum Plantin-Moretus in Antwerpen zijn activiteiten dit jaar in het teken van Dodoens.

Afgelopen zaterdag tijdens de Open Tuindagen volgde ik er een rondleiding in de binnentuin van het museum en drukte ik een zonnebloem uit Dodoens Cruydeboeck op een van de persen van het drukkerijmuseum. (Gemist? Geen nood, een herkansing volgt tijdens Museumnacht op 5 augustus.)

Onze gids vertelde heel enthousiast over de plantenkennis in de Renaissance.

Dodoens was lange tijd de stadsgeneesheer van Mechelen en schreef het Cruydeboeck waarin meer dan 1.000 inheemse planten beschreven staan met illustraties, namen en werking. Heel bijzonder voor die tijd was ook dat het boek in het Nederlands (Neerduytsch) geschreven was en niet in het Latijn. Dodoens vond het heel belangrijk dat zo veel mogelijk mensen een goede kennis van kruiden hadden.

De binnentuin van museum Plantin-Moretus, een Antwerps pareltje

Het Cruydeboeck was meer dan twee eeuwen lang het meest gebruikte handboek over kruiden in West-Europa. Zijn naslagwerk was in de tijd na de bijbel het meest vertaalde boek, dat wil al wat zeggen… Dodoens was de eerste die afweek van een alfabetische opsomming en de planten opdeelde in groepen.

Om zijn verjaardag te vieren, kan je een bezoek brengen aan een dodoenstuin in bijvoorbeeld Schilde of in Mechelen. In Mechelen zijn er het hele jaar door activiteiten, bijvoorbeeld begeleide wandelingen in de Dodoenstuin en cursussen botanisch tekenen. (Klik hier voor het volledige overzicht) 

Bewaren

De Mosfabriek tegen fijn stof

Van mos is het geweten dat de plant goed is om het fijn stof uit de lucht te halen. Maar welke mossoort het efficiëntste werkt en hoe je die het beste kweekt, daar is veel minder informatie over te vinden.

Mosman Joachim doet sinds november vorig jaar onderzoek naar de beste kweekmethodes van mos. Universiteit Antwerpen heeft interesse getoond om dit najaar samen te werken rond een onderzoeksproject over de impact van mos op de luchtkwaliteit in de stad.

Mosman Joachim in De Mosfabriek

Twee jaar geleden raakte hij in de ban van mos na een workshop Moslandschappen bij NADA. In het begin trok hij met een plamuurmesje door de straten om mos weg te schrapen voor zijn moswerken. Ondertussen is zijn project uitgebreid met een heuse kwekerij.

Een van Joachims moswerken.

Tijdens zoektochten op industrie- en privé terreinen verzamelde hij, met toestemming van de eigenaar, al 40 soorten mos. Slechts een begin, want er zijn meer dan 670 soorten mos in België alleen al. “Het is een uitdaging om aan 150 mossoorten te komen.” Joachim wil een levende moscatalogus opzetten die mensen kunnen bezoeken.

Haarmos, een van de vele mossoorten in de kwekerij.

Maar Joachim wil niet alleen mos verzamelen. Hij is vooral bezig met onderzoek naar de beste kweekmethodes. Een proces met vallen en opstaan. “Ik heb ondertussen geleerd dat je het irrigatiesysteem moet automatiseren”, zegt hij. “Om goed te groeien, moet mos altijd vochtig zijn en uit direct zonlicht blijven.”

En een kweekplek waar vogels niet binnen kunnen, is ook geen overbodige luxe. De kwekerij is gevestigd in een van de serres van een voormalige sierkwekerij die al bijna 20 jaar leegstond. Merels vinden nu gemakkelijk de weg langs de kapotte ramen. “Ze hebben ondertussen 40 van mijn 50 moswerken vernield”, zegt Joachim.

In de oude serre groeit zelfs een boom…

Hoog tijd dus voor een nieuwe plek. Daarom startte Joachim met een crowdfundingcampagne. Met de opbrengst wil hij een schaduwtunnel en kweektafel aankopen. De schaduwtunnel houdt het zonlicht en de merels buiten en de regen binnen.

Je kan Joachims project een duwtje in de rug geven via een gift op rekeningnummer BE86 7360 3621 8450. Schrijf in de mededeling je naam en familienaam en stuur een mail naar Mosfabriek@gmail.com.

In ruil krijg je:

  • 0,5 euro: high five
  • 15 euro: lidkaart, vrije toegang kwekerijen
  • 25 euro: epoxy kubus met mosplantje in
  • 50 euro: een starterspakket waar je een kokedama mee kan maken
  • 75 euro: een workshopplaats in je provincie
  • 100 euro: een moswerk van Joachim

Mijn centjes zijn onderweg!

Bananen en papaja uit Moorsel

Afgelopen weekend kon je weer binnengluren bij 200 ecologische tuinen in België en Nederland tijdens de Ecotuindagen van Velt. Met man en kind bezocht ik twee leuke initiatieven: een tropische tuin mét zwemvijver in Moorsel (Aalst) en een bostuin in Sint-Niklaas. Vandaag deel ik graag het verslagje van ons bezoek aan de tropisch tuin.

Ik ben al een tijdje fan van Mier vzw. Hun projecten zijn altijd origineel en doordrongen van permacultuur. Vorig jaar zag ik ze bijvoorbeeld in actie bij de opstart van een daktuin voor de scouts, compleet met gesjord aquaduct en vijver. Geniaal.

Toen ik hoorde dat ze sinds oktober aan de slag waren in een oude rozenkwekerij in Moorsel, een landelijke deelgemeente van Aalst, moest en zou ik een kijkje gaan nemen. Een meevaller dus dat ze meededen aan de Ecotuindagen van Velt!

Het jonge voedselbos in Moorsel.

In de Warme Meente, zoals de tuin heet, werkt Mier vzw samen met buurtbewoners aan een overdekt voedselbos vol tropische planten. Afgelopen maanden konden ze al hun eerste abrikozen oogsten – hoe geweldig is dat?

Tropische planten in de Warme Meente

De serre wordt ’s winters niet verwarmd, zodat de temperaturen tegen het vriespunt aanleunen. In de zomer lopen de temperaturen hoog op. Daarom kiest men voor exotische planten uit gebieden als Marokko of de Andes, waar je koude winters en hete zomers hebt. Denk aan zoethout, papaja, banaan, gember, perzik…

De tuinierders maken wel gebruik van het oorspronkelijke watersysteem: een sproei-installatie. Om het bewateren efficiënter te maken – een stokpaardje van de permacultuur – hebben ze gootjes gegraven en legden ze een subtropische zwemvijver aan – hoe geweldig is dat? (bis)

Tussen de bananenplant en aardbeienplanten loopt een gootje voor betere bewatering.

De zwemvijver van 12 meter lang en 4 meter breed en op sommige plaatsen 2 meter diep, met kinderbadje, heeft meerdere functies. In de winter vormt het een warmtebuffer, in de zomer als het snikheet is in de serre kan men er een verfrissende duik nemen. Uiteraard groeien er ook planten in het water zoals bladpeper, papyrus en waterkastanjes.

De geweldige zwemvijver is een paradijs voor de buurtkinderen.

Het hoeft verder geen betoog dat ik geweldig fan ben van het project. Ik ben benieuwd hoe het voedselbos de komende jaren zal veranderen en groeien.

Betalen voor plantgoed of een drankje doe je met faluns. Zo steun je ook meteen het project.

Ga trouwens gerust zelf een keer kijken! De tuin is regelmatig open op donderdag tussen 10 en 13 uur en zaterdag tussen 14 en 17 uur. Je kan er vaak plantgoed kopen of een sapje/pintje (schrappen wat niet past) drinken. Zo steun je meteen ook de tuin.

De Warme Meente, Keimolenstraat 5, 9310 Aalst.

Een bostuin in Sint-Niklaas

Afgelopen weekend kon je weer binnengluren bij 200 ecologische tuinen in België en Nederland tijdens de Ecotuindagen van Velt. Met man en kind bezocht ik twee leuke initiatieven: een tropische tuin mét zwemvijver in Moorsel (Aalst) en een bostuin in Sint-Niklaas. Vandaag deel ik graag het verslagje van ons bezoek aan de bos- en samentuin in Sint-Niklaas.

In de lagere school had ik het geluk om een bos als speelplaats te hebben. Met mijn vriendjes bouwden we kampen in de rododendronstruiken, betaalden we met dennenappels en maakten we kabouterhuisjes aan de voet van de bomen.


Die herinneringen kwamen weer boven tijdens het bezoek aan Op den Hof in Sint-Niklaas. Geweldig met hoeveel energie kinderen in het speelbos kunnen ravotten.

De bos- en samentuin aan de rand van de stad is niet alleen bos. De acht gezinnen die de lap grond anderhalf jaar geleden kochten, maakten ook plaats voor een moestuinhoek, een kampvuur en een speelweide.

Daarvoor moesten ze de strijd aanbinden met de Japanse duizendknoop en omgevallen bomen verwijderen.  Op termijn willen ze de rij populieren weg, omdat deze bomen blijkbaar vaak omwaaien. Voordat ze beginnen kappen, willen ze de vers aangeplante sneukelhaag nog de kans geven om te groeien, zodat de wind geen vrij spel krijgt op het terrein.


Wie heeft er nog een tuin nodig als je hier kan spelen en vertoeven?

Een dakmoestuin op school

Een looppiste of een moestuin. Dit waren de twee opties voor het dak van een Brusselse basisschool. Twee jaar later is de school nog steeds erg blij met haar keuze voor een daktuin.

‘Leerlingen leren dankzij de dakmoestuin waar hun eten vandaan komt’, zegt Stef Colens, directeur van de basisschool Heilige Familie in Schaarbeek, een van de meest dichtstbevolkte gemeentes in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Nu kunnen de 280 leerlingen van de school van dichtbij zien hoe voedsel groeit. En proeven! Het aantal leerlingen dat ’s middags een warme maaltijd eet, steeg sinds de start van de dakmoestuin van 40 naar 160. ‘Dat we volledig vegetarisch koken, heeft alleen maar voordelen’, zegt directeur Colens. ‘We tonen hoe een gezonde maaltijd eruit ziet en voor onze moslimleerlingen valt de vraag weg of het wel halal is.’

In de tuin kweekt de school bonen, wortels, tomaten, bloemkool en tomaten. ‘Het is helaas onmogelijk om helemaal zelfvoorzienend te zijn met onze moestuin’, zegt directeur Colens. In de wintermaanden ligt de oogst helemaal stil. De andere ingrediënten haalt de school in buurtwinkels. ‘We willen een echte buurtschool zijn en daarom kopen we zo veel mogelijk dingen lokaal aan’, zegt hij. Dat is wat duurder, maar daardoor hebben we ook een sterk netwerk waar we op kunnen bouwen.’

De directeur ziet het als de taak van de school om evenwichtige voeding te promoten, maar de moestuin is daarnaast een goede manier om ouders te betrekken. De meeste ouders zijn erg enthousiast over de tuin. Het oudercomité zorgt ervoor dat er tijdens de weekends en vakanties genoeg helpers zijn om de moestuin te onderhouden. In de zomervakantie vriest men de oogst in zodat die begin september op het bord van de leerlingen belandt. ‘Ouders van heel diverse achtergronden vinden elkaar dankzij de groenten’, zegt directeur Colens.

Vanaf dit jaar kunnen leerlingen ook mee tuinieren. Zo mogen ze tijdens de pauzes het onkruid wieden of de planten water geven. Voor sommige kinderen is het tuinieren een verademing, ver weg van de drukke speelplaats. Later dit jaar bouwt de school een serre op het dak zodat de leerlingen nog beter kunnen zien hoe een zaadje uitgroeit tot plant.

Dit artikel verscheen eerder in het magazine Stadstuinieren 2017-01. De nieuwste editie ligt sinds deze week in de krantenwinkel. 

Een gratis huis voor gierzwaluwen

Mijn perfecte zomeravond: een grote citronellakaars flakkert in de schemering van onze stadstuin. We nippen van onze rosé en nemen nog een olijfje of twee, terwijl we genieten van elkaars gezelschap en de zon nog nagloeit op onze gezichten. Dan horen we een piepend ‘srie-srie’: de gierzwaluwen zijn er weer.

Gierzwaluwen spenderen bijna hun hele leven in de lucht.

Gierzwaluwen zijn, anders dan de naam het doet vermoeden, meer verwant met de kolibrie dan met de boeren- of huiszwaluw. Ze leven 3 maanden per jaar in België en Nederland: van eind april tot begin augustus. Je vindt ze vooral in oude stadswijken, want ze maken hun nesten het liefst in de kieren en spleten van oude dakranden.

Het aantal gierzwaluwen in de stad neemt elk jaar helaas af. Door renovatie en isolatie van oude daken vinden de vogels geen broedplekken meer. In Antwerpen heeft Natuurpunt er nu iets op gevonden: gratis nestkasten voor gierzwaluwen. De stad en de districten Berchem, Borgerhout en Antwerpen verdelen in totaal 130 nestkasten. Het lijkt misschien weinig, maar niet elk huis is hiervoor geschikt. Want dit is de beste plek voor de nestkasten:

  • Een dakrand die gericht is naar het noorden of het oosten is het best.
  • Er is een vrije valhoogte van minimaal 5 meter nodig.
  • Bomen, palen of draden mogen de aanvliegroute niet belemmeren.
  • Gierzwaluwen leven in kolonies. Probeer dus meerdere kasten te hangen of overtuig uw buren.

Wij hebben geen plek die aan alle eisen voldoet, maar jij misschien wel? Vraag dan je gratis nestkastje aan via vogelwerkgroep@natuurpuntantwerpenstad.be.