Minibijbel Tuinontwerpen

Zo, 2013 is bijna op z’n einde. Tuingewijs heb ik dit jaar enorm veel geleerd en ik kijk uit naar de lente om er weer vollen bak in te vliegen!

Nu onze doorn in het oog – en dat was bijna letterlijk te nemen – vakkundig verwijderd is, kan ik me ook helemaal toeleggen op een nieuw ontwerp voor onze tuin. En zie hier een bijna naadloze overgang naar mijn derde boekrecensie tijdens deze kerstvakantie. Na ‘Het lekkerste terras’ en ‘Boven in de stad’ is het nu de beurt aan de ‘Minibijbel Tuin ontwerpen’ van Peter McHoy.

indexPeter McHoy belooft tips en ideeën om zelf je tuin te kunnen ontwerpen die je persoonlijkheid weerspiegelt. Klinkt goed!

Het boek start met een hoofdstuk over de basistechnieken van het tuinontwerpen. In duidelijke taal, vergezeld van foto’s en tekeningen legt McHoy stap voor stap uit hoe je een idee vertaalt naar een tuinplan. Hij geeft meteen een aantal basispatronen en -ideeën mee voor elk type tuin – of het nu een kleine stadstuin of een glooiende parktuin is. Interessant is ook dat de auteur aandacht heeft voor ongewone vormen – niet elke tuin heeft de afmetingen van een rechthoek. Met een aantal slimme tips zet McHoy de uitdagingen van een ongewone tuin naar zijn hand.

In de daaropvolgende hoofdstukken gaat de auteur dieper in op de verschillende types tuinen en hoe je het ontwerp daaraan aanpast. Zo bespreekt hij onderhoudsarme tuinen, terrassen en balkons, natuurvriendelijke tuinen, kleine tuinen, kindvriendelijke tuinen en moestuinen. De hoofdstukken over Japanse tuinen en ‘steen en water’ in de tuin vallen hier een beetje uit de toon, maar bevatten net als de andere delen enorm veel praktische tips en inspiratie – ook voor wie niet valt voor een Japanse lantaarn of rotsplantenwiel.

Dat is het grote pluspunt van het boek: er is voor elk wat wils. Zowel formele als informele, romantische als natuurlijke tuinen komen aan bod.

Elk hoofdstuk start met inspirerende ideeën: foto’s van tuinen met een korte uitleg over waarom het tuinontwerp werkt. Daarna brengt McHoy telkens een aantal toepassingen. Daarvoor haalt hij een element of functie uit het ontwerp, bijvoorbeeld ‘vogelhuisjes’ of ‘speelplekken’, en aan de hand van foto’s bespreekt hij enkele voorbeelden. Heel handig zijn de eenvoudige ‘ontwerptips’ die hij de lezer meegeeft, zoals de tip om het tuinmeubilair zo dicht mogelijk bij planten te zetten die geuren of dat je bij het ontwerp van een vijver ook rekening moet houden bij de aanblik van de tuin in de winter.

Per hoofdstuk werkt McHoy ook een aantal tuinontwerpen uit in verschillende stijlen. Is de zakelijke tuin niets voor jou, dan haal je vaak toch nog informatie uit de bijhorende stappenplannen om een tuinelement zoals een pergola of tegelterras aan te leggen. Elk hoofdstuk sluit de auteur af met een plantenlijst, aangepast aan het tuintype.

De eerste druk van het boek is al uit 1998. Het is dus niet te verbazen dat sommige foto’s een beetje gedateerd aanvoelen. Ook het hoofdstuk over de Japanse tuin vind ik persoonlijk overbodig geworden. Toch blijft het boek relevant en dankzij de meer dan 50 ontwerpen en tips een echte ‘bijbel’ voor de tuinliefhebber.

Ik weet alvast wat doen in 2014. Maar eerst gaan we nog lekker uitgebreid klinken op het nieuwe jaar. Ik wens iedereen een 2014 waarin je zo veel mogelijk kan genieten van zalig ruikende bloemen en geslaagde oogsten. Veel plezier en tot volgende jaar!

Advertenties

Boven in de stad

Vrolijk feest van de Onnozele Kinderen allemaal! Hopelijk heeft iedereen de kerstdis(sen) overleefd. Bij ons was het genieten van het eten en elkaars gezelschap. Zo hoort het ook, toch?

Ondertussen heb ik weer een tuinboek achter de kiezen: ‘Boven in de stad – Groentips voor je balkon’ van Liedewij Loorbach. Ik deel hier graag met jullie mijn commentaar.

liedewijLiedewij Loorbach is geen tuingoeroe. Dat zegt ze alvast zelf in de inleiding van haar boek. Meer nog: ze heeft niet eens een tuin!

Wel heeft ze een beetje ervaring met tuinieren op haar eigen balkon. Aangevuld met wat opzoekwerk op het internet en in de bib, heeft ze alles neergepend in een boekje waar ze als beginnende balkontuinier zelf naar op zoek was.

Met haar boek houdt ze zich ver van de typische tuinnaslagwerken vol “zwierige lettertypes gedrenkt in spruitjesgeur”. Haar boek is geschreven voor haar vrienden – “stadse twintigers en dertigers” – die ze wil vertellen hoe ze hun balkons, ‘platjes’ en dakterrassen groen kunnen houden.

Loorbach is Nederlandse. Dat merk je niet alleen aan woorden als ‘mazzel’, ‘platjes’ (platte daken en geen schaamluizen, nvdr) of verwijzingen naar Annie M.G. Schmidt en Mien Dobbelsteen. In welk ander tuinboek vind je een pagina over wiet zaaien en oogsten, net na de rozemarijn- en oreganokweektips?

In het eerste hoofdstuk geeft Loorbach een paar basistips mee voor de stadstuinier zonder tuin. Verwacht geen diepgravende info: Loorbach raadt bijvoorbeeld aan om een zak potgrond uit de supermarkt of bloemist te halen, zodat je je verder geen zorgen moet maken over de juiste verhouding voedingsstoffen. Pas helemaal achteraan, als een soort voetnoot, geeft Loorbach een paar tips over milieuvriendelijk tuinieren. Ik had liever al in het hoofdstukje over potgrond gelezen dat je beter geen veengrond gebruikt, maar bijvoorbeeld wel kokospotgrond.

In de daarop volgende hoofdstukken bespreekt Loorbach verschillende gewassen die het prima doen op het balkon. Daarbij geeft ze met icoontjes weer hoeveel water en zon het plantje nodig heeft. De planten deelt ze op in ‘wegwerpexemplaren’ – een nogal oneerbiedige term voor eenjarigen – vaste planten, klimplanten, bollen, kruiden, groente en fruit. In het laatste hoofdstuk geeft Loorbach een paar “exterieurtips”: werk met niveaus, bevestig planten aan de muur en – ook weer oer-Hollands – gebruik een ‘Laaf’ als ornament. Laafjes, die kennen we nog van de Efteling en zijn volgens Loorbach “een twist op het kabouterthema”. Asjemenou.

Door haar enthousiaste en erg aardse manier van vertellen, is dit boekje prima voor de stadsbewoner met balkon die toch een beetje in het groen wil zitten, zonder er al te veel moeite voor te doen. Niet geschikt voor wie al over een beetje ervaring beschikt en meer wil weten. Daarvoor blijven de tips en info helaas wat te oppervlakkig.

Het lekkerste terras

Kerstvakantie, dat betekent ten huize Groentje en Co vooral familie en vrienden bezoeken en een aantal huis- en tuinklusjes van onze to do-lijst schrappen. En tussendoor vooral niet te veel plannen of rennen, maar regelmatig met een boekje in de zetel kruipen. Heerlijk!

En zo komt het dus dat je op deze blog de komende dagen twee – misschien wel drie – boekrecensies te lezen zal krijgen, uiteraard allemaal over tuinieren.

Het-lekkerste-terras-grootHet eerste tuinboek dat ik uitlas was ‘Het lekkerste terras’ van Angelo Dorny. Naar het schijnt is deze jongen bekend van tv, maar eerlijk gezegd deed zijn naam noch zijn gezicht een belletje rinkelen. Hij draaft regelmatig op als tuinspecialist in het VTM-programma De Keuken van Sofie, waar ik zelf nooit naar kijk. Dat moet Sofie Dumont zeker niet persoonlijk nemen, want ik houd sowieso niet van kookprogramma’s (nee, ook niet die van Jeroen Meus of Piet Huysentruyt).

Terug naar Angelo. ‘Het lekkerste terras’ is na ‘Angelo’s groentetuin’ zijn tweede tuinboek. Zoals de naam doet vermoeden, heeft Angelo het over tuinieren op kleine oppervlaktes en bij voorkeur in potten. Alle mogelijk onderwerpen komen aan bod voor de beginnende pottentuinier: soorten potten, de juiste potgrond, water geven, groenten en kruiden die het goed doen in potten, slakken bestrijden,…

Het boek is erg overzichtelijk en fris vormgegeven. De elf hoofdstukken zijn vaak twee à drie pagina’s lang, waarop korte blokken tekst en foto’s elkaar afwisselen. Soms blijf je wat op je honger zitten, zoals in het hoofdstuk over het combineren van groenten, kruiden en bloemen. Daar had ik graag wat meer voorbeelden gelezen over welke planten het extra goed doen als ze in elkaars buurt staan.

Omdat niet elke groente geschikt is om in een bloempot te kweken, toont Angelo in het voorlaatste hoofdstuk welke groenten je een relatief hoge opbrengst kunnen bezorgen. Sla, tomaten, komkommer, aardappelen en ui zijn enkele voorbeelden die het goed doen op elk terras.

Wanneer je dan je groenten geoogst hebt, kan je in de keuken aan de slag met de tien recepten achteraan het boek. De eenvoudige recepten nemen niet meer dan een halfuur kooktijd in beslag en smaken natuurlijk dankzij de zelfgekweekte groenten en kruiden extra lekker!

Kort samengevat is ‘Het lekkerste terras’ een mooi en leesbaar tuinboek voor de beginnende (stads)tuinier die het maximum wil halen uit de kleinste buitenruimtes.

Fijne feesten gewenst!

Oh denneboom

Terwijl de meeste mensen zich in deze tijd van het jaar een naaldboom aanschaffen, lieten wij de onze  meedogenloos omhakken. In een uurtje was de slangenden vakkundig om zeep geholpen dankzij de klimkunsten van deze meneer.

Kroniek van een aangekondigde dood:

Een

Een

Twee

Twee

Drie

Drie

vier

Vier

Vijf

Vijf

Zes

Zes

En dat was dat.

Over een jaar of drie zullen we nog eens aan deze prikkelboom denken, wanneer we de stammetjes in onze vuurmand keilen. Oh denneboom!

Op het eerste gezicht – december 2013

Sinds juli dit jaar neem ik elke eerste dag van de maand een foto van onze tuin. Het idee voor de rubriek ‘Op het eerste gezicht’ komt van blogger Anne Tanne.

Onze tuin in december 2013

Onze tuin op 1 december 2013

Wat er de laatste maand gebeurd is in de tuin? Niet bijster veel, eerlijk gezegd.

De enige tuintaak waarmee ik me in november bezig hield was regelmatig de kattenkak wegscheppen. Ja hoor,  de monsters zijn terug. Nu we zelf veel minder in onze tuin zitten, hebben de vier buurtkatten het territorium weer ingepalmd.

In de lente probeerde ik nog tal van middeltjes uit om katten uit de tuin te weren (klik, klik). Op dit moment houd ik het bij koffiegruis strooien. Ik zit aan de bron met een lief die op het zwarte goedje leeft en ik beeld me in dat het toch een beetje helpt.

Een oude bekend op deze foto is onze slangenden. Ja hoor, hij leeft nog. Niet meer voor lang, durf ik nu te zeggen, want de afspraak met de ‘boomverzorger’ ligt vast!

Benieuwd naar onze tuin in november, oktober, september, augustus en juli?