Bananen en papaja uit Moorsel

Afgelopen weekend kon je weer binnengluren bij 200 ecologische tuinen in België en Nederland tijdens de Ecotuindagen van Velt. Met man en kind bezocht ik twee leuke initiatieven: een tropische tuin mét zwemvijver in Moorsel (Aalst) en een bostuin in Sint-Niklaas. Vandaag deel ik graag het verslagje van ons bezoek aan de tropisch tuin.

Ik ben al een tijdje fan van Mier vzw. Hun projecten zijn altijd origineel en doordrongen van permacultuur. Vorig jaar zag ik ze bijvoorbeeld in actie bij de opstart van een daktuin voor de scouts, compleet met gesjord aquaduct en vijver. Geniaal.

Toen ik hoorde dat ze sinds oktober aan de slag waren in een oude rozenkwekerij in Moorsel, een landelijke deelgemeente van Aalst, moest en zou ik een kijkje gaan nemen. Een meevaller dus dat ze meededen aan de Ecotuindagen van Velt!

Het jonge voedselbos in Moorsel.

In de Warme Meente, zoals de tuin heet, werkt Mier vzw samen met buurtbewoners aan een overdekt voedselbos vol tropische planten. Afgelopen maanden konden ze al hun eerste abrikozen oogsten – hoe geweldig is dat?

Tropische planten in de Warme Meente

De serre wordt ’s winters niet verwarmd, zodat de temperaturen tegen het vriespunt aanleunen. In de zomer lopen de temperaturen hoog op. Daarom kiest men voor exotische planten uit gebieden als Marokko of de Andes, waar je koude winters en hete zomers hebt. Denk aan zoethout, papaja, banaan, gember, perzik…

De tuinierders maken wel gebruik van het oorspronkelijke watersysteem: een sproei-installatie. Om het bewateren efficiënter te maken – een stokpaardje van de permacultuur – hebben ze gootjes gegraven en legden ze een subtropische zwemvijver aan – hoe geweldig is dat? (bis)

Tussen de bananenplant en aardbeienplanten loopt een gootje voor betere bewatering.

De zwemvijver van 12 meter lang en 4 meter breed en op sommige plaatsen 2 meter diep, met kinderbadje, heeft meerdere functies. In de winter vormt het een warmtebuffer, in de zomer als het snikheet is in de serre kan men er een verfrissende duik nemen. Uiteraard groeien er ook planten in het water zoals bladpeper, papyrus en waterkastanjes.

De geweldige zwemvijver is een paradijs voor de buurtkinderen.

Het hoeft verder geen betoog dat ik geweldig fan ben van het project. Ik ben benieuwd hoe het voedselbos de komende jaren zal veranderen en groeien.

Betalen voor plantgoed of een drankje doe je met faluns. Zo steun je ook meteen het project.

Ga trouwens gerust zelf een keer kijken! De tuin is regelmatig open op donderdag tussen 10 en 13 uur en zaterdag tussen 14 en 17 uur. Je kan er vaak plantgoed kopen of een sapje/pintje (schrappen wat niet past) drinken. Zo steun je meteen ook de tuin.

De Warme Meente, Keimolenstraat 5, 9310 Aalst.

Koninklijke serres

Een parktuin van maar liefst 14.000m² kan je nauwelijks een typische stadstuin noemen, maar de koninklijke serres van Laken liggen in Brussel en zijn dus een vorm van stadstuinieren, toch?

Een bezoek is in ieder geval een aanrader. Dat weet de koning ook en daarom zet hij elk jaar drie weken lang de tuinpoorten open. Als bezoeker volg je braaf de route, die je gelukkig genoeg foto’s voor je Facebookprofiel opleveren.

Aan fotogenieke planten geen gebrek

Het eerste deel van de wandeling leidt je langs het kasteel en de enorme parktuin, inclusief vijver, Japanse kerselaars (Prunus serrulata) in bloei en strak getrimde hagen Als je goed kijkt, zie je zelfs het grijze silhouet van de stad Brussel op de achtergrond.

Het tweede deel neemt je mee in de serres zelf, die in 1873 werden ontworpen door architect Alphonse Balat in opdracht van Koning Leopold II.

Een gekroonde serre

De serres zijn aangepast aan het landschap: zo loopt er een lange, overdekte gaanderij over de heuvels van de parktuin. Een pareltje! Moest ik lid zijn van de koningsfamilie en een beetje sportief, zou ik er gaan joggen wanneer het regent.

Af en toe aanschuiven

Nu was het joggen een beetje moeilijk omdat de gangen af en toe verstopten met fotograferende mensen. Onze buggy van de trappen te dragen, bleek al een goede workout. (Echt rolstoel- en kinderwagenvriendelijk zijn de serres dus niet. Daarom organiseert men op 25 april een speciale dag waarbij de route wél toegankelijk is voor mensen op wieltjes.)

Een uitgebreide collectie varens

Een deel van de plantencollectie is even oud als de serres zelf. Koning Leopold II liet onder andere planten uit zijn Afrikaanse achtertuin overkomen. Er is een grote variatie aan rododendrons, varens, orchideeën en hortensia’s te zien. In de lange gaanderijen zie je fuchsia’s en ooievaarsbek (geranium) in de meest uiteenlopende kleuren.

Bezoek aan de Koninklijke serres van Laken kan dit jaar nog tot en met 5 mei 2017. Toegangsprijs is 2,50€ per persoon (gratis onder de 18 jaar). Er is een parking recht tegenover de tuinen.

Luchtige kamerplanten

All I need is the air that I breathe, zongen The Hollies. Het zou het lijflied kunnen zijn van luchtplanten. Deze planten, ook wel Tillandsia genoemd, overleven prima zonder grond. In het wild vind je ze op de gekste plekken: op bomen en rotsen, maar ook op gebouwen en telefoonpalen.

Tillandsia recurvata (c) Panoramio

Tillandsia recurvata (c) Panoramio

De meeste tillandsia’s zijn epifyten. Dat betekent dat ze op een andere plant groeien zonder erop te parasiteren. Anders dan bijvoorbeeld de maretak, die voedingsstoffen van zijn gastplant steelt, halen ze hun water en voedingsstoffen uit de lucht, uit dauw en uit regenwater. Hun wortels, als ze die al hebben, dienen enkel als anker.

Bromeliafamilie

rood-600x500Tillandsia’s komen in allerlei maten en vormen. Er zijn meer dan 650 soorten! Tillandsia zijn groenblijvende, meerjarige planten van de familie van de Bromeliaceae. Je vindt ze vooral in de bossen, bergen en woestijnen van Midden- en Centraal-Amerika, de Caraïben en in het zuiden van de Verenigde Staten. De soorten met dunne bladeren groeien in vochtige streken, terwijl de dikbladige variëteiten vooral voorkomen in droge gebieden.

Water en wind

tillandsia4-c-bie-van-gielDe laatste jaren maakten luchtplanten een opmars als kamerplant. Dat hebben ze niet alleen aan hun bijzondere uiterlijk te danken, maar ook omdat ze relatief weinig onderhoud vragen. Toch houd je best rekening met een paar regels. Luchtplanten houden bijvoorbeeld van zonlicht, maar zet ze in de lente en zomer liefst niet in direct zonlicht. Zorg ook voor een goede luchtcirculatie.

Tillandsia’s doen het heel goed in de buurt van het venster in je badkamer of keuken, maar je kan ze ook prima in je woonkamer houden. Je moet dan wel zorgen voor voldoende vocht. Dat doe je door ze te besproeien met water of door ze een badje te geven. In de koude maanden is een keer per een à twee weken prima, in de warme maanden doe je dit best iets vaker. Gebruik liever regenwater of gedemineraliseerd water dan leidingwater, want tillandsia’s houden niet van kalk.

Trage groeiers

Qua temperatuur zijn tillandsia’s niet echt kieskeurig. Ze verdragen vlot temperaturen tussen 10 en 32°C. Bij lagere temperaturen hebben ze minder vocht nodig. Hoe hoger de temperatuur hoe meer (indirect) zonlicht ze nodig hebben. Wanneer er in de wintermaanden weinig licht is, zijn hoge temperaturen funest. Hang ze dan liever op een koudere, lichte plek, bijvoorbeeld voor een raam zonder centrale verwarming eronder.

tillandsia6-c-bie-van-gielBemesten is eigenlijk niet nodig. Tillandsia’s groeien zo traag dat ze weinig voedingsstoffen nodig hebben. Je kan af en toe wat kamerplantvoeding of bromeliamest aan het water toevoegen.

Het is erg moeilijk om luchtplanten via zaad te kweken. Zelfs professionele kwekerijen wagen zich hier niet aan. Het duurt jaren voordat een plant klaar is voor verkoop. Veel vaker halen kwekerijen stekken uit moederplanten die uit de natuur gehaald zijn. Een luchtplant kan meerdere stekken geven voordat ze uitgeput is.

 Terrarium of muur

Luchtplanten kunnen een echte blikvanger zijn in je interieur door ze in een kader of hangpot aan de muur te bevestigen. Je kan er ook leuke terrariumlandschappen mee maken door ze aan schors, een mooie steen of mos te bevestigen.

(Dit artikel verscheen eerder in het tweemaandelijkse magazine Stadstuinieren, editie juli 2016)

Bewaren

4 manieren om van je (kamer)plant af te komen

Soms zie ik bij het huisvuil een mooie sanseveria staan, of een verwaarloosde palmplant. Zonde natuurlijk, want in plaats van de plant in de vuilnisbak te gooien, kan je er iemand anders blij mee maken.

1. Plantenasiel

De Nederlandse Rachelle Klaassen kreeg een paar jaar geleden medelijden met de gedumpte planten en startte in Amsterdam het allereerste plantenasiel op. Mensen konden hun verwaarloosde planten bij haar binnen brengen waarna zij er een nieuwe eigenaar voor zocht. Ondertussen heeft haar initiatief navolging gekregen in onder andere Zwolle en Antwerpen.

Vandaag maakte Rachelle bekend dat ze ermee stopt, maar het asiel blijft verder leven via deze Facebookpagina waarop mensen onderling planten kunnen weggeven.

2. Freecycle

Een andere plek waar je jouw plant kwijt kan, zijn de talloze Freecyclegroepen op Facebook. Via deze Facebookgroepen – gewoonlijk opgestart per regio – kan je oude en nieuwe rommel kwijt, maar dus ook planten. Er is ook een aparte Facebookpagina waar winterharde, exotische planten weggegeven worden.

3. Plantenruil

Nog op Facebook vind je Plantenruilgroepen – ook weer opgedeeld per regio – waar je planten, maar ook zaden en stekken kan ruilen. Of gewoon weggeven natuurlijk.

4. Kringwinkel

Maar ook zonder Facebook kan je jouw plant kwijtraken. Kringwinkel Antwerpen startte onlangs met een pilootproject waarbij je de verwaarloosde plant in een van de kringwinkels afgeeft. De planten worden dan naar ZNA De Foyer gebracht, een dagcentrum voor psychiatrische patiënten. Nadat de patiënten de planten weer tot leven hebben gewekt, worden ze verkocht in de kringwinkel in de Kroonstraat (Antwerpen).

Als het project aanslaat, zullen andere kringwinkels binnenkort volgen!

Misschien moest ik mijn lief eens overtuigen om zijn arme orchidee weg te geven. Die staat nu weg te kwijnen op de vensterbank…

orchideeEen straffe tuinier die dit nog kan redden!

De stadstuin van Tamara

Onlangs maakte ik kennis met Tamara, een Russische dame die al vele jaren met haar man in Merksem (Antwerpen) woont. Tamara is gepassioneerd door cactussen en succulenten en nodigde me uit om eens te komen kijken naar haar dak- en wintertuin.

Curieuzeneus als ik ben naar andermans stadstuin, laat ik zo’n uitnodiging niet aan mij voorbij gaan. En het was absoluut de moeite!

Tamara in haar wintertuin.

Tamara in haar wintertuin.

Overal waar je kijkt, zie je cactussen en vetplanten.

Overal waar je kijkt, zie je cactussen en vetplanten.

Wat ooit een gewoon dakterras was, is ondertussen omgetoverd tot een fantastische wintertuin waar elk plekje benut wordt. Overal waar je kijkt, staat of hangt een plant. Spiegels zorgen voor extra licht.

Tamara’s man bouwde eigenhandig een serre bovenop het terras en gebruikte daarvoor aluminium ramen in alle formaten. Het is niet alleen kostenbesparend om met gerecycleerd materiaal aan de slag te gaan. In de zomer gaan alle ramen open, zodat de planten genoeg lucht krijgen en insecten hun gang kunnen gaan. Er bloeit dan ook altijd wel een plantje.

Tamara's man recycleerde aluminium ramen tot een op maat gemaakte serre.

Tamara’s man recycleerde aluminium ramen tot een op maat gemaakte serre.

Het minste dat je kan zeggen, is dat het koppel erg inventief is. Een stuk glijbaan wordt omgetoverd tot een waterval, om de luchtvochtigheid in de serre te verbeteren.

Een stuk glijbaan wordt binnenkort omgetoverd tot waterval.

Een stuk glijbaan wordt binnenkort omgetoverd tot waterval.

Tamara zorgt voor haar planten als zijn het haar kindjes. Haar goede zorgen werpen hun vruchten af – en dat mag je bijna letterlijk nemen. Elke plant in haar tuin geeft minstens een keer per jaar bloemen. “Sommige zo groot als een hoofd!”, aldus Tamara.

Een cactus is ondertussen meer dan zes meter hoog. “Voor deze cactus hebben we het dak van de serre verhoogd,” vertelt ze, “maar nu is het weer bijna te klein geworden. We zijn nog hard aan het nadenken over een oplossing. We kunnen niet nog eens het dak verhogen.” (lacht)

De hoogste cactus is meer dan zes meter lang.

De hoogste cactus is meer dan zes meter lang. De hangpotten worden aan metalen kettingen vastgemaakt.

Alle cactussen en succulenten verblijven tijdens koude dagen en nachten in de wintertuin, maar vanaf dat het weer het toelaat, verhuizen een aantal planten naar het dakterras. “Niet alle planten kunnen goed tegen direct zonlicht”, legt Tamara uit. “Vooral cactussen hebben veel baat bij zonlicht, dan geven ze mooie bloemen.” Sommige cactussen zet je best in de halfschaduw, andere kunnen de volle zon wel verdragen. Vrieskou kunnen ze geen van alle goed aan.

Op het dakterras kweekt Tamara ook groenten.

Op het dakterras kweekt Tamara ook groenten.

Naast vetplanten en cactussen, kweekt Tamara ook groenten, kruiden en fruit zoals aardbeien en bessen op haar dak. Ze gebruikt daarvoor onder andere emmers en zelfs een oud kinderzwembadje. Tomaten krijgen een ideale plek in de zon, maar uit de regen onder een gerecupereerde lichtkoepel op een houten kader.

Tamara teelt onder andere selder, uien en tomaten op haar daktuin.

Tamara teelt onder andere peterselie, uien en tomaten op haar daktuin.

Wat ik vooral onthoud van mijn bezoek, is de liefde voor haar planten, de vindingrijkheid om met een beperkte oppervlakte en gerecycleerd materiaal aan de slag te gaan en haar tip om cactussen – toch wel een echte kamerplant – in de zomer gewoon buiten te zetten.