Blindentuin in Hof van Leysen

De buurtbewoners van het Hof van Leysen, een sympathiek park in Antwerpen, nemen sinds september vorig jaar de verwaarloosde blindentuin onder handen. Ik ging een kijkje nemen, nieuwsgierig naar het werk dat er tot nu toe verzet is.

De blindentuin is nu een samentuin voor de buurt

De blindentuin werd eind jaren zeventig aangelegd door de provincie Antwerpen. Het concept was op zich goed: een tuin in hoge bakken met metalen leuningen waarmee blinden en slechtzienden zich konden laten leiden. Er stond (en staat) zelfs een plattegrond in braille. In de tuin groeiden vooral planten die lekker geurden of fijn aanvoelden.

Het oude infobord in braille staat er nog.

De locatie was ook niet zo slecht gekozen: aan de overkant van het park ligt een instituut voor vrouwen met een visuele handicap. Zij kunnen er al meer dan 40 jaar terecht voor opleidingen en woonondersteuning.

Toch raakte de blindentuin al snel in verval. De provincie was heel enthousiast toen buurtbewoners vorig jaar besloten om de tuin aan te pakken. Met de steun van de burgerbegroting en de provincie vernieuwden vrijwilligers uit de buurt de vermolmde moestuinbakken en plantten ze bessenstruiken, kruiden, bloemen en groenten.

Ongeveer de helft van de bakken moest vernieuwd worden.

De grootste uitdaging voor de samentuin is naar eigen zeggen de spelende kinderen in het park. Naast de tuin ligt een speeltuin en de kinderen rennen ook graag tussen de moestuinbakken. Dat is natuurlijk nog niet zo erg, vervelender is dat ze soms ook in de bakken klauteren, planten vertrappelen en ze kaal plukken. Om dit tegen te gaan, maken enkele kinderen pictogrammen om op te hangen in de tuin en staat er een infobord voor de ouders.

Vrijwilligers voor de samentuin zijn nog steeds welkom. Via deze facebookpagina blijf je op de hoogte van werkdagen in de tuin. De tuiniers plannen daarnaast ook activiteiten zoals een picknick of een filmavond over ecologie voor de buurt.

Weer een mooie aanwinst voor de buurt!

Koninklijke serres

Een parktuin van maar liefst 14.000m² kan je nauwelijks een typische stadstuin noemen, maar de koninklijke serres van Laken liggen in Brussel en zijn dus een vorm van stadstuinieren, toch?

Een bezoek is in ieder geval een aanrader. Dat weet de koning ook en daarom zet hij elk jaar drie weken lang de tuinpoorten open. Als bezoeker volg je braaf de route, die je gelukkig genoeg foto’s voor je Facebookprofiel opleveren.

Aan fotogenieke planten geen gebrek

Het eerste deel van de wandeling leidt je langs het kasteel en de enorme parktuin, inclusief vijver, Japanse kerselaars (Prunus serrulata) in bloei en strak getrimde hagen Als je goed kijkt, zie je zelfs het grijze silhouet van de stad Brussel op de achtergrond.

Het tweede deel neemt je mee in de serres zelf, die in 1873 werden ontworpen door architect Alphonse Balat in opdracht van Koning Leopold II.

Een gekroonde serre

De serres zijn aangepast aan het landschap: zo loopt er een lange, overdekte gaanderij over de heuvels van de parktuin. Een pareltje! Moest ik lid zijn van de koningsfamilie en een beetje sportief, zou ik er gaan joggen wanneer het regent.

Af en toe aanschuiven

Nu was het joggen een beetje moeilijk omdat de gangen af en toe verstopten met fotograferende mensen. Onze buggy van de trappen te dragen, bleek al een goede workout. (Echt rolstoel- en kinderwagenvriendelijk zijn de serres dus niet. Daarom organiseert men op 25 april een speciale dag waarbij de route wél toegankelijk is voor mensen op wieltjes.)

Een uitgebreide collectie varens

Een deel van de plantencollectie is even oud als de serres zelf. Koning Leopold II liet onder andere planten uit zijn Afrikaanse achtertuin overkomen. Er is een grote variatie aan rododendrons, varens, orchideeën en hortensia’s te zien. In de lange gaanderijen zie je fuchsia’s en ooievaarsbek (geranium) in de meest uiteenlopende kleuren.

Bezoek aan de Koninklijke serres van Laken kan dit jaar nog tot en met 5 mei 2017. Toegangsprijs is 2,50€ per persoon (gratis onder de 18 jaar). Er is een parking recht tegenover de tuinen.

Wilde planten

Word jij ook zo vrolijk van onkruid? En dan bedoel ik niet die onverwoestbare heermoes in je tuin die je misschien tot wanhoop drijft, maar de vrolijke klaproos, groot kaasjeskruid en duizendblad in kieren en gaten in het stadsbeton.

Viooltjes groeien spontaan tussen de stoeptegels

Viooltjes groeien spontaan tussen de stoeptegels in Hoboken

Sinds gemeenten geen pesticiden meer mogen gebruiken om openbare ruimte te beheren, zijn de bermen aan de kant van de weg veel levendiger. Ik word alleszins instant gelukkig van ecologische bermen waar wilde planten weelderig bloeien.

Een ecologische berm in Park Spoor Noord

Een ecologische berm in Park Spoor Noord

Ik vind het daarom heel jammer dat de website Wilde planten in Brugge deze week aankondigde ermee op te houden. De afgelopen maanden ging initiatiefnemer Marc Willems op zoek naar wilde flora in Brugge. Geen plantje was te klein voor deze blog. Gelukkig blijft de website met maar liefst 120 beschrijvingen van ‘onkruid’ als naslagwerk bestaan.

Het was heel fijn om via de website en bijhorende Facebookpagina te leren over de namen en eigenschappen van planten die je bijna dagelijks passeert in de straten. Verrassend bijvoorbeeld dat er meer eetbaar groeit dan je denkt, al geef ik toe dat ik het niet zo maar van de straat zou plukken.

Bewaren

Zaaigedicht: een update

De letters van Maarten Ingels’ zaaigedicht zijn nu duidelijk leesbaar. Ik vraag me af of mensen de plantjes binnenkort durven oogsten.

begijnhof5

Het zaaigedicht dat je in de Antwerpse zadenbibliotheken kon afhalen, is vandaag geplant. Over een week komen de eerste zaailingen boven. Ben benieuwd…

zaaigedicht2

Geniet nog van je tuin met dit mooie weer, dan doe ik hetzelfde!

Zaaigedicht

Maarten Inghels, sinds begin dit jaar de nieuwe stadsdichter van Antwerpen, brengt een beetje poëzie naar het park. Ter ere van de lente schreef hij een gedicht en een van de versregels (Wanneer wij zomer zaaien in elkaar) is sinds deze week te zien in 4 Antwerpse parken:

  • Middelheimmuseum (Middelheimlaan 61, 2020 Antwerpen)
  • Den Botaniek (Leopoldstraat 24, 2000 Antwerpen)
  • Het Begijnhof (Rodestraat 39, 2000 Antwerpen)
  • Kunstencampus deSingel (Desguinlei 25, 2018 Antwerpen)

De dichtregel werd gezaaid met rucola, radijs, tuinkers. Ik ging vandaag eens kijken in het Begijnhof, een parkje op loopafstand van ons huis, maar waar ik eigenlijk nog nooit geweest ben. Twee vliegen in een klap dus!

Ik denk dat we hier in een begijnhof zijn...

Ik denk dat we hier in een begijnhof zijn…

Het Begijnhof ligt midden in de studentenbuurt. Achter de grote poort vind je plots een heerlijk rustige plek, waar de vogeltjes fluiten. Op het binnenplein van het Begijnhof ligt een parkje.

Een parkje tussen de typische huisjes die je in elk begijnhof vindt.

Een parkje tussen de typische huisjes die je in elk begijnhof vindt.

Ik dacht even dat ik voor niets gekomen was, omdat de eerste poort die ik probeerde op slot was. Na een rondje om het park vond ik uiteindelijk toch nog een poort zonder slot. De aanhouder wint!

De versregel wordt beschermd tegen katten en vogels.

De versregel wordt beschermd tegen katten en vogels.

Van de versregel is nog niet veel te lezen, daarvoor is het wachten op de eerste zaailingen. Het parkje is me wel goed bevallen en een ideale bestemming voor een wandeling met de kinderwagen.

Er hangen prachtige bloesems in de bomen van het bescheiden park.

Je vindt er nu prachtige bloesems.

Vanaf vandaag zou je ook in de Antwerpse zadenbibs het gedicht op groeipapier kunnen ophalen:

  • EcoHuis Antwerpen, Turnhoutsebaan 139, 2140 Borgerhout
  • Bibliotheek De Poort, Willem Van Laarstraat 15-17, 2600 Berchem
  • De Vertellerij, Turkooisstraat 18, 2600 Berchem
  • Bibliotheek Driehoek, Driehoekstraat 43, 2180 Ekeren
  • Bibliotheek Bist, Bist 1, 2610 Wilrijk

Deze voormiddag was het helaas nog niet aangekomen in het Ecohuis, dus ga ik morgen nog eens kijken.

Het volledige lentegedicht gaat zo:

De zon komt krols uit de fabrieken gerold
en spreekt ons met de speelnaam aan.
Huizen spuwen boeven en meisjes de straten in.

Ongeduldig trachten wij nieuwe geluiden te fluiten.

Als wij allemaal simultaan in dezelfde richting
krachtig niezen,
schuift de stad misschien een eindje op.

Nu nog een kant en een allergie kiezen want
het is uitstekend weer om een revolutie te draaien,
schrijft de krant. Blozend ontbrandt de stad

in miljoenen ontboezemingen. Woest bloed bloesemt in lichterlaaie
wanneer wij zomer zaaien in elkaar.

De jarige stad gaat uit plunderen.

De kat trippelt naar huis met een halve muis,
ontheemde vogels vallen als vorken aan,
een voorbijganger bloeit onhoorbaar uit.

Maarten Inghels
© stadsgedicht Antwerpen 2016

Ken je Maarten Inghels nog niet, dan kan ik zijn project ‘De eenzame uitvaart’ aanraden. Hij mobiliseert al een aantal jaar dichters die een persoonlijk gedicht schrijven en voordragen op de begrafenis van mensen die verder niemand meer hebben. Dat levert heel ontroerende gedichten op.

Update: Ik kon het niet laten en ben toch al een ‘zaaigedicht’ gaan halen in de bib van Berchem. Het is ongeveer zo groot als een bladwijzer en past dus prima in een bloembak. Ik ben benieuwd naar de plantjes die binnenkort tevoorschijn komen…

zaaigedicht

Op de achterkant staat het lentegedicht van Inghels

Naar de pluktuin in Antwerpen

Gratis fruit en kruiden plukken in de stad, hoe cool is dat? Dat kan dus gewoon in de pluktuin in park Den Brandt in Antwerpen.

Het park is een van mijn favoriete plekken in Antwerpen en toen we er nog in de buurt woonden, ging ik er vaak wandelen, picknicken en zelfs lopen met Evy. Toch hoorde ik pas via de blog van Plantwerpen dat er ook een pluktuin in het park verscholen ligt.

pluktuin den brandtZo’n twee weken geleden is het me eindelijk gelukt om de pluktuin te bezoeken. Dat je er nu pas een blogstukje over leest, is volledig te wijten aan onze nieuwe huisgenoot, een koddig ventje dat sinds zijn geboorte zo’n 5 weken geleden de plak zwaait in huis. Ondertussen leren we ons aanpassen aan het nieuwe leven en schrijf ik dit stukje terwijl hij aan mijn borst lurkt…

Maar goed, we hadden het over de Antwerpse pluktuin.

De tuin ligt links van het kasteel. Als je via de hoofdingang van het park binnen komt, moet je het linkse paadje volgen tot de ommuurde tuin.

De pluktuin is het hele jaar door toegankelijk voor het publiek en is open van zonsopgang tot zonsondergang. Nu is begin maart niet meteen de beste periode voor een bezoek, aangezien er buiten maartse viooltjes nog niet veel te plukken valt. De interessantste (en lekkerste) periode is vanaf juli tot september wanneer je er volop kersen, appelen en pruimen kan plukken.

De voornaamste spelregels zijn: je plukt alleen voor eigen gebruik, je kiest alleen rijp fruit uit en je beschadigt geen bomen of planten. Klinkt logisch.

pluktuin den brandtOp een groot bord in de tuin vind je een kaart van alle eetbare gewassen. Het leuke is dat geen enkele boom dezelfde is. Elke fruitboom geeft een andere variëteit. Op het bord staat een beetje meer info, bijvoorbeeld wat de oogstperiode van elk gewas is.

Naast fruitbomen groeien er ook kleinfruit zoals frambozen, bosaardbeien en stekelbessen, en kruiden zoals dragon, bieslook, wederik en grote weegbree. Ook minder voor de hand liggende fruitsoorten zoals moerbeien, mispels, kiwi’s en vijgen kan je hier vinden.

Ik plan in ieder geval nog een paar bezoekjes deze zomer. Is er bij jou in de buurt een plek waar je kan gratis fruit kan plukken?

Tuin in de stad Berlijn

De Duitse hoofdstad is een van mijn favoriete Europese steden. Een kosmopolitische stad met vriendelijke mensen, hippe bars en heel veel groen. Maar liefst 22% van Berlijn bestaat uit parken en natuur!

tempelhofer park

De volkstuinen in Tempelhofer park

Het grootste park was lange tijd Tiergarten, oorspronkelijk aangelegd als jachtgebied voor de toenmalige heersers, nu een park in hartje Berlijn van 210 hectare. Maar in 2010 opende het stadsbestuur Tempelhofer Park, een lap grond van 300 hectare. Waar vroeger vliegtuigen af en aan vlogen, zitten mensen nu in het gras, vliegeren ze op de voormalige landingsbaan of kweken ze groenten in bakken.

tempelhofer park

Street windsurfers, paragliders op rollerskates, skateboarders en fietsers leven zich uit op de landingsbaan.

Geen enkele andere stad zou zo’n groot stuk grond ‘opofferen’ aan een park, denk ik. Zo’n terrein is natuurlijk de natte droom van elke projectontwikkelaar. Ook het Berlijnse stadsbestuur had oorspronkelijk het idee om een deel van het park vol te bouwen met woningen, maar een referendum stak daar een stokje voor. Een pluim voor de Duitse politiek die luistert naar zijn bevolking…

tempelhofer park

Hippies aan de macht in Berlijn

Al sinds de opening van het park kregen (of namen?) buurtbewoners een hoek in het park waar ze konden tuinieren. Toen we in 2011 voor het eerst een kijkje gingen nemen, was de volkstuin nog redelijk bescheiden. Nu was de tuin veel groter en uitgebouwd met zithoekjes, een podium en ingenieuze moestuinhoeken. Het was ook erg leuk om te zien dat mensen de volkstuinen gebruiken als woonkamer. Sommigen lazen er of praatten met vrienden, anderen luisterden naar muziek of dronken een glaasje in de nazomerzon.

tempelhofer park

Een van de vele zithoeken in de moestuin.

Ook in de rest van het park vind je die relaxte sfeer terug. We zagen ook dat de wijk naast het park een evolutie heeft doorgemaakt. Huizen worden opgeknapt en er zijn heel wat leuke winkels en cafés geopend. Voor ons blijft dit park de topbestemming in de stad. Later deze week neem ik jullie mee naar een paar leuke stadslandbouwprojecten die we bezocht hebben.

Heb jij een favoriete plek in Berlijn?

Voedselbossen in Rotterdam

Vorige maand fietste ik samen met andere stadstuiniers onder leiding van Moestuinman Max langs verschillende permacultuurprojecten in Rotterdam. Een algemeen verslagje over de tour en permacultuur in de stad verscheen al eerder op deze blog (klik).

Ik had het toen al heel even over de voedselbossen in Rotterdam. Vandaag wil ik er iets langer over uitweiden. Hopelijk vinden jullie het concept even interessant als ik!

Moestuinman Max aan het voedselbos in Schiebroek

Moestuinman Max aan het voedselbos in Schiebroek

Voedselbossen passen perfect in de filosofie van de permacultuur. Voor wie er niet zo bekend mee is (zoals ik tot voor kort): dat is een manier van tuinieren waarbij men rekening houdt met het natuurlijke ecosysteem. Het verschil met biologische landbouw is dat permacultuur vooral werkt met meerjarige planten, het niet aan wisselteelt doet en de bodem amper bewerkt.

Wat past er beter in dit principe dan een voedselbos? Moestuinman Max startte er twee op in Rotterdam: eentje in een stadspark in de wijk Kralingen-West en eentje naast de stadsboerderij Natuurtalent in Schiebroek. Er groeien uiteraard alleen eetbare bomen, zoals perzik- en nashipeerbomen, maar ook minder bekende soorten zoals een Chinese mahonieboom, met blad dat smaakt naar uiensoep met kaas (for real, ik heb het geproefd).

De ingang van het voedselbos in het stadspark van Kralingen-West

De ingang van het voedselbos in het stadspark van Kralingen-West

Er staan ook lindebomen die ze constant snoeien. Het jonge blad kan je gewoon eten. De Szechuanpeperboom geeft bijvoorbeeld besjes die je als peper kan gebruiken.

Permacultuurboeren moeten wel geduld hebben. Zo’n bos is uiteraard niet volgroeid in een paar jaar. Het zou volgens Max zo’n tien jaar duren voordat het bos volgroeid is. In tussentijd valt er al af toe iets te oogsten. De aanleg van het bos is het meeste werk, daarna vraagt het weinig beheer. Je hebt geen meststof of bestrijdingsmiddelen nodig, het bos regelt zichzelf.

In het voedselbos vallen de bomen voorlopig nog amper op tussen het onkruid.

In het voedselbos vallen de bomen voorlopig nog amper op tussen het onkruid.

Wat ik knap vind, is dat men het onkruid rond de aangeplante bomen gewoon laat staan. Volgens Max beschermt het onkruid de bomen en verbeteren ze de bodem. Het heeft geen zin om al meteen de juiste onderbegroeiing aan te planten, want deze planten hebben schaduw nodig die de onvolgroeide bomen op dit moment niet kunnen geven.

De bewoners uit deze gebouwen waren eerst niet opgezet met het bos.

De bewoners uit deze gebouwen waren eerst niet opgezet met het bos.

Het bos in Kralingen kreeg in het begin veel tegenkanting van de buurt, die de aanplanting ‘rommelig’ vond. Op het eerste gezicht botst het wel met de perfect aangelegde perken in de rest van het stadspark. Maar zodra mensen horen wat de bedoeling is, worden ze enthousiast. Het is toch ook een geweldig project, niet?

Een groen plan voor Antwerpen

Ze zeggen wel eens dat Antwerpenaren over alles een mening hebben. (Zelf heb ik daar geen mening over.)

Waar ik wel een mening over heb, is het groen in de stad – en dan vooral het gebrek eraan. Toevallig is ook het Antwerps stadsbestuur daarmee bezig. En alle Antwerpenaren mogen hun gedacht erover zeggen!

Koningskaars in natuurgebied 'De Oude Landen' in Ekeren.

Koningskaars in natuurgebied ‘De Oude Landen’ in Ekeren.

De stad werkt namelijk op dit moment een Groenplan uit. In juni keurde het college het voorontwerp goed. Maar nu is het de beurt aan de Antwerpenaren zelf. Gelukkig is het niet nodig om het voorontwerp door te worstelen (maar het mag, laat je vooral niet tegen houden). De stad heeft samen met Natuurpunt, Antwerpen aan ’t Woord en het stedelijk wijkoverleg iets veel leukers bedacht: stadswandelingen in het (toekomstig) groen!

Samen met een gids kan je de wandelingen volgen en je mening geven over de plannen van de stad. Wanneer en waar deze wandelingen plaatsvinden, vind je op deze website. Op 25 augustus bijvoorbeeld kan je wandelen in het Laagland (in de districten Merksem en Ekeren) waar de stad aan stadslandbouw wil gaan doen.

Reiger in natuurgebied 'Het Rot'.

Reiger in natuurgebied ‘Het Rot’.

Wie de wandeling met gids niet kan meevolgen, kan op eigen houtje gaan kijken. Daarvoor kan je per groene zone een wandelroute downloaden op diezelfde website. Stadsbewoners kunnen de bijhorende vragen invullen en het antwoordformulier aan de stad bezorgen. Zo kunnen ze toch rekening houden met jouw mening.

Dus beste stadsgenoten, laat van je horen! ’t Is nu of nooit…

Tuin in de stad Madrid

Het leukste aan een stad voor de derde keer te bezoeken, is dat je (eindelijk) de toeristische plekken links kunt laten liggen. Geen Puerta del Sol of het koninklijk paleis voor ons deze keer, maar terrasjes doen in Lavapiés en lezen in het gras van park El Retiro. Geen Pradomuseum, maar wel een wandeling in de Botanische tuin ernaast.

De botanische tuin, een plek om uren in rond te lopen.

De botanische tuin, een plek om uren in rond te lopen.

Madrid me gusta! De Stad van de Bomen (al hoor ik dat Valencia dezelfde titel claimt) en de plek waar een van mijn favoriete mensen in de wereld woont. Hoewel het er in de winter best ‘koud’ kan zijn (of wat Spanjaarden koud vinden met temperaturen tussen 0 en 13°C, watjes), leven de Madrilenen de rest van het jaar voornamelijk buiten.

Een bloementapijt in het Retiropark.

Een bloementapijt in het Retiropark.

In de zomer klimmen de temperaturen makkelijk over de 30°C. Geen wonder dat de brede lanen en parken vol bomen staan. De beste tijd voor een bezoek is in het voorjaar, wanneer de stad barst van het groen. Heerlijk!

Brede boulevards, omzoomd met bomen.

Boulevard aan het Prado, omzoomd met bomen.

Verkoeling vind je bijvoorbeeld in het uitgestrekte Casa de Campo, een park van 17,5 km² (!!) groot ten westen van het centrum. Of in het Retiropark, het Central Park van Madrid. Sinds een paar jaar heeft Madrid ook zijn eigen Ringland: een park bovenop een overkapt stukje ringweg, al is mijn Spaanse vriend maar matig enthousiast. Te weinig bomen, luidt het verdikt… Rotverwend, die Madrilenen.

Hoezo, te weinig bomen?

Hoezo, te weinig bomen? Hier doen we in Antwerpen een (spreekwoordelijke) moord voor.

Hoewel mensen vooral buiten leven, lijkt het (moes)tuinieren in de stad nog maar net in opkomst. Sommige balkons zijn behangen met planten, maar op de meeste staat slechts een airco te draaien.

Een balkonjungle in Lavapiés

Een balkonjungle in Lavapiés

En in de hele stad is er nog maar een verticale tuin te vinden. Nochtans kan een plantenmuur in de zomer de nodige verkoeling brengen aan de bewoners. Ik kan me wel voorstellen dat de investering erg hoog is en het onderhoud van zo’n tuin ook niet mis zal zijn.

Een verticale muur aan Caixa Forum.

Een verticale tuin aan Caixa Forum.

De verticale tuin tegenover het Pradomuseum is niet zo indrukwekkend als de geveltuin van musée du quai Branly, maar who cares? Het blijft fascinerend om zo’n plantenweelde te bekijken.

Ook geweldig is de tropische tuin in het treinstation Atocha.

Ook geweldig is de tropische tuin in het treinstation Atocha.

Morgen leid ik je rond in een sympathieke samentuin in de wijk Lavapiés en overmorgen neem ik je mee naar een dakmoestuin in de chicste wijk van de stad.