Bioboerderij in een garage

Plezant om mensen te leren kennen die vol groene plannen zitten! Het is ondertussen bijna een jaar geleden dat ik Joachim alias de Mosman voor het eerst ontmoette.

Joachim beheerde toen de Mosfabriek, een uit de hand gelopen hobby. In een verwaarloosde serrecomplex kweekte hij mossen. Helaas moest hij kort daarna het domein verlaten, omdat er gebouwd zou worden. De zoektocht naar een nieuwe locatie loopt nog…

Joachim gaat de boer op met zijn oogst.

Maar ondertussen heeft de Mosman niet stilgezeten. Hij werkte mee aan onderzoek van Universiteit Antwerpen over de effecten van mos op de luchtkwaliteit en startte een nieuw project op: een paddenstoelenkwekerij!

In een garagebox in Deurne (Antwerpen) kweekt Joachim nu zwammen en paddenstoelen. Pad en Stoel is een CSA-boerderij. Dat betekent dat ze op ecologische manier aan landbouw doen en dat klanten vooraf een oogstaandeel betalen. In ruil daarvoor krijgen ze 2-wekelijks een pakket met 3 verschillende soorten zwammen en paddenstoelen.

Hoe schattig is dit?

De mos- en champignonman lanceert nu een Growfunding om zijn boerderij een vliegende start te geven. Voor 15 euro koop je bijvoorbeeld een kit om zelf zwammen te kweken. Voor 40 euro krijg je een eikenstam geënt met shiitakebroed waarvan je 4 tot 6 jaar lang vluchten kan oogsten.

Of je kan een abonnement aanschaffen. Voor 64 euro krijg je bijvoorbeeld een half jaar lang elke 2 weken 300 gram paddenstoelen.

Er zijn 3 soorten abonnementen.

Pad en Stoel opent binnenkort zelfs een extra kwekerij in Gent. Om het risico op een slechte oogst te verspreiden en om ook in Gent mensen lokaal te bedienen.

Zo tof allemaal. Ik ben benieuwd naar de toekomstige projecten van deze groene ondernemer!

(alle foto’s: (c) Joachim Sohie)

Advertenties

Antwerpen Tuinstad

Hoe kunnen we van Antwerpen een echte Tuinstad maken? Dat was de vraag op de commons assembly vandaag, een soort Staten-generaal waar Antwerpenaren ideeën konden uitwisselen om de stad te vergroenen.

Zo’n 30-tal mensen verzamelden op deze warme lentedag in een donker zaaltje van de internationale kunstencampus deSingel. Over engagement gesproken!

De bewoners van de Pieter Génardstraat bruisen van de ideeën!

In de voormiddag wisselden we verhalen en contacten uit. Elf groene initiatieven mochten hun werking uitleggen. Bram was er bijvoorbeeld, de boer van PAKT. Er was een delegatie van de Pieter Génardstraat, een van de drie tuinstraten, en bewoners van de wijk Sint-Andries die hun buurt klimaatrobuust maken. Afgevaardigden van Velt en Natuurpunt waren ook van de partij en ik mocht er mijn blog voorstellen.

Veel boeiende mensen bij elkaar! Ik deed in ieder geval een waslijst aan blogideeën op. Zo veel plekken in de stad die ik (nog) eens moet bezoeken.

In het zonnetje werkten we ideeën verder uit.

In de namiddag deden we een poging om een paar nieuwe ideeën uit te werken. Hoe je parkeerplaatsen (tijdelijk) kan omvormen tot groene speel- of ontmoetingszones bijvoorbeeld. Of hoe we Antwerpen als echte tuinstad kunnen profileren.

Sommige ideeën zullen nu worden ingediend als project bij de burgerbegroting. Via stad Antwerpen is er ruim 100.000 euro beschikbaar voor groen in de straten en meer dan 55.000 euro voor gemeenschapstuinen. Andere inwoners van het district mogen natuurlijk ook voorstellen indienen!

Er beweegt in ieder geval wat in Antwerpen rond vergroening. Wordt vervolgd op deze blog…

Op vakantie bij de boer

Een keer in mijn leven heb ik een all-in vakantie gedaan. Ik was 10 of 11 jaar en mocht met mijn oma op reis naar Benidorm. Daarvan herinner ik me vooral nog het zwembad, een gokautomaat waar ik elke dag een paar peseta’s mocht ingooien en de kermis op de dijk. Wat een fiesta was dat.

Maar wie toch liever wat avontuurlijker op reis gaat, kan eens kijken bij het aanbod van WWOOF, de Thomas Cook van de groene reiziger. Elk jaar trekken duizenden vrijwilligers de wereld in om hun vakantie door te brengen op een biologische boerderij. Het aanbod is heel divers: je kan thee plukken in Vietnam, bamboe kweken in Gambia, alpaca’s verzorgen in California of appelcider brouwen in Finland. In ruil voor 4-6 uur vrijwilligerswerk krijg je voedsel en onderdak (toch een beetje een all-in) en leer je bij over biologische landbouw, permacultuur en duurzaam leven.

Een vrijwilliger op boerderijvakantie in Vietnam.

WWOOF staat voor World Wide Opportunities on Organic Farms en werd in 1971 opgericht door de Britse Sue Coppard. Ondertussen zijn meer dan 12.000 biologische boeren bereid om hun gastvrijheid te ruilen voor hulp van vrijwilligers. Hoe lang je blijft, spreek je af met de boer. Sommige vrijwilligers blijven maar een weekend, anderen 6 maanden.

Op vakantie? Alpaca my koffer!

Zowel in Nederland als in België stellen meer dan 80 boerderijen hun deuren open voor vrijwilligers. Een overzicht daarvan vind je op deze websites: wwoofnetherlands.org (voor Nederland) en www.wwoof.be (voor België). Het wereldwijde aanbod vind je op deze site.

Heb jij ervaring met WWOOFing?

Inspiratiedag voor een groener Antwerpen

Het betonnen bos Antwerpen is langzaam aan het vergroenen. Buurtbewoners starten samentuinen op, zoals die op het Zuster-der-Armenplein of in het Blindenhof. Scholen breken de speelplaats open en maken er een natuurlijke speelplek van met klimbomen en sneukelstruiken. Men tuiniert op daken, langs gevels en op pleinen.

blindentuin2

De Blindentuin in het Park van Leysen in Berchem

Op 5 mei verzamelen Antwerpenaren die van hun stad een echte Tuinstad willen maken in de internationale kunstencampus deSingel. Tijdens de derde editie van BOTANIK organiseert men er voor het eerst een commons assembly, een soort Staten-generaal waar initiatiefrijke Antwerpenaren verzamelen. Burgers, ondernemers, ambtenaren, politici, activisten, studenten… wisselen tijdens deze dag ideeën uit en smeden plannen om Antwerpen structureel te vergroenen.

Programma en info vind je hier. Inschrijven kan via deze link.

Ik zal er zijn, misschien tot dan?

De Mosfabriek tegen fijn stof

Van mos is het geweten dat de plant goed is om het fijn stof uit de lucht te halen. Maar welke mossoort het efficiëntste werkt en hoe je die het beste kweekt, daar is veel minder informatie over te vinden.

Mosman Joachim doet sinds november vorig jaar onderzoek naar de beste kweekmethodes van mos. Universiteit Antwerpen heeft interesse getoond om dit najaar samen te werken rond een onderzoeksproject over de impact van mos op de luchtkwaliteit in de stad.

Mosman Joachim in De Mosfabriek

Twee jaar geleden raakte hij in de ban van mos na een workshop Moslandschappen bij NADA. In het begin trok hij met een plamuurmesje door de straten om mos weg te schrapen voor zijn moswerken. Ondertussen is zijn project uitgebreid met een heuse kwekerij.

Een van Joachims moswerken.

Tijdens zoektochten op industrie- en privé terreinen verzamelde hij, met toestemming van de eigenaar, al 40 soorten mos. Slechts een begin, want er zijn meer dan 670 soorten mos in België alleen al. “Het is een uitdaging om aan 150 mossoorten te komen.” Joachim wil een levende moscatalogus opzetten die mensen kunnen bezoeken.

Haarmos, een van de vele mossoorten in de kwekerij.

Maar Joachim wil niet alleen mos verzamelen. Hij is vooral bezig met onderzoek naar de beste kweekmethodes. Een proces met vallen en opstaan. “Ik heb ondertussen geleerd dat je het irrigatiesysteem moet automatiseren”, zegt hij. “Om goed te groeien, moet mos altijd vochtig zijn en uit direct zonlicht blijven.”

En een kweekplek waar vogels niet binnen kunnen, is ook geen overbodige luxe. De kwekerij is gevestigd in een van de serres van een voormalige sierkwekerij die al bijna 20 jaar leegstond. Merels vinden nu gemakkelijk de weg langs de kapotte ramen. “Ze hebben ondertussen 40 van mijn 50 moswerken vernield”, zegt Joachim.

In de oude serre groeit zelfs een boom…

Hoog tijd dus voor een nieuwe plek. Daarom startte Joachim met een crowdfundingcampagne. Met de opbrengst wil hij een schaduwtunnel en kweektafel aankopen. De schaduwtunnel houdt het zonlicht en de merels buiten en de regen binnen.

Je kan Joachims project een duwtje in de rug geven via een gift op rekeningnummer BE86 7360 3621 8450. Schrijf in de mededeling je naam en familienaam en stuur een mail naar Mosfabriek@gmail.com.

In ruil krijg je:

  • 0,5 euro: high five
  • 15 euro: lidkaart, vrije toegang kwekerijen
  • 25 euro: epoxy kubus met mosplantje in
  • 50 euro: een starterspakket waar je een kokedama mee kan maken
  • 75 euro: een workshopplaats in je provincie
  • 100 euro: een moswerk van Joachim

Mijn centjes zijn onderweg!

Bananen en papaja uit Moorsel

Afgelopen weekend kon je weer binnengluren bij 200 ecologische tuinen in België en Nederland tijdens de Ecotuindagen van Velt. Met man en kind bezocht ik twee leuke initiatieven: een tropische tuin mét zwemvijver in Moorsel (Aalst) en een bostuin in Sint-Niklaas. Vandaag deel ik graag het verslagje van ons bezoek aan de tropisch tuin.

Ik ben al een tijdje fan van Mier vzw. Hun projecten zijn altijd origineel en doordrongen van permacultuur. Vorig jaar zag ik ze bijvoorbeeld in actie bij de opstart van een daktuin voor de scouts, compleet met gesjord aquaduct en vijver. Geniaal.

Toen ik hoorde dat ze sinds oktober aan de slag waren in een oude rozenkwekerij in Moorsel, een landelijke deelgemeente van Aalst, moest en zou ik een kijkje gaan nemen. Een meevaller dus dat ze meededen aan de Ecotuindagen van Velt!

Het jonge voedselbos in Moorsel.

In de Warme Meente, zoals de tuin heet, werkt Mier vzw samen met buurtbewoners aan een overdekt voedselbos vol tropische planten. Afgelopen maanden konden ze al hun eerste abrikozen oogsten – hoe geweldig is dat?

Tropische planten in de Warme Meente

De serre wordt ’s winters niet verwarmd, zodat de temperaturen tegen het vriespunt aanleunen. In de zomer lopen de temperaturen hoog op. Daarom kiest men voor exotische planten uit gebieden als Marokko of de Andes, waar je koude winters en hete zomers hebt. Denk aan zoethout, papaja, banaan, gember, perzik…

De tuinierders maken wel gebruik van het oorspronkelijke watersysteem: een sproei-installatie. Om het bewateren efficiënter te maken – een stokpaardje van de permacultuur – hebben ze gootjes gegraven en legden ze een subtropische zwemvijver aan – hoe geweldig is dat? (bis)

Tussen de bananenplant en aardbeienplanten loopt een gootje voor betere bewatering.

De zwemvijver van 12 meter lang en 4 meter breed en op sommige plaatsen 2 meter diep, met kinderbadje, heeft meerdere functies. In de winter vormt het een warmtebuffer, in de zomer als het snikheet is in de serre kan men er een verfrissende duik nemen. Uiteraard groeien er ook planten in het water zoals bladpeper, papyrus en waterkastanjes.

De geweldige zwemvijver is een paradijs voor de buurtkinderen.

Het hoeft verder geen betoog dat ik geweldig fan ben van het project. Ik ben benieuwd hoe het voedselbos de komende jaren zal veranderen en groeien.

Betalen voor plantgoed of een drankje doe je met faluns. Zo steun je ook meteen het project.

Ga trouwens gerust zelf een keer kijken! De tuin is regelmatig open op donderdag tussen 10 en 13 uur en zaterdag tussen 14 en 17 uur. Je kan er vaak plantgoed kopen of een sapje/pintje (schrappen wat niet past) drinken. Zo steun je meteen ook de tuin.

De Warme Meente, Keimolenstraat 5, 9310 Aalst.

Wilde planten eten

Nathalie van LesOdettes toont hoe vogelmuur eruit ziet.

Vorige week trok ik op wildplukwandeling in Antwerpen met Nathalie van LesOdettes. De vraag die dan op ieders lippen brandt: is dat niet vies met al die honden in de stad? Nathalies antwoord: ‘Mensen vergeten dat vossen en vogels ook op de groenten in het veld kakken.’ En met een aantal tips in het achterhoofd lijkt dit nogal mee te vallen:

  • Pluk niet te dicht bij een gevel of paaltje of een andere plek waarvan je vermoedt dat honden het aantrekkelijk vinden
  • In het bos is het belangrijk dat je plukt vanaf kniehoogte. Daaronder is er kans op de vossenziekte (vossenlintworm)
  • Was je oogst met water met daarin een scheutje azijn en spoel na

Waarom je dan toch aan het wildplukken moet? Niets moet natuurlijk, maar je leert weer heel nieuwe smaken kennen. Die citroenachtige slash etherische smaak van de douglasspar bijvoorbeeld. Nog nooit eerder geproefd en dus ook wat moeilijk te omschrijven.

Je kan de naalden en de dennenappels gebruiken om je gerechten op smaak te brengen.

Ook goed om te weten: wilde planten zijn nooit gecultiveerd en hebben daardoor nog heel veel voedingsstoffen. Anders dan de groenten uit de winkel maar ook uit eigen moestuin zijn ze nooit geselecteerd op kleur of vorm. Meteen ook een reden om het gebruik van wilde planten te doseren. Brandnetels werken bijvoorbeeld heel bloedzuiverend. Gezond, maar grote dosissen veroorzaken soms acne.

Een salade met onder andere look zonder look en daslook.

Wilde planten gebruik je dus best met mate. Bijvoorbeeld door wat madeliefjes te verwerken in een salade, kleine veldkers in de soep te draaien of om pesto te maken van dovenetel.

Houd je aan deze wildplukregels, zodat iedereen ervan kan genieten:

  • Pluk alleen voor eigen gebruik
  • Pluk niet meer dan 1/3de van de populatie
  • Laat de wortels van de planten staan
  • Vraag vooraf toestemming aan de eigenaar als je op privé gebied plukt

Mijn persoonlijke ontdekking was vogelmuur, een klein, onnozel plantje dat verrassend lekker smaakt naar verse erwtjes. Ook heel lekker is daslook, al was dat voor mij geen nieuwe kennismaking. Ik heb zelf wat daslook in mijn tuin staan en weet nu in Antwerpen waar je ze in het wild kan plukken (kuch Boelaertpark kuch).

Bloemblaadjes van seringen zijn lekker met opgeklopt eiwit en bloemsuiker

De wildplukwandeling doet je helemaal anders naar de stad kijken: in de tuin van de kerk staan bijvoorbeeld madeliefjes voor je salade en een appelboom waarvan je de bloesems ook kan eten. In een bloembak op iemands vensterbank komt wat klaverzuring piepen tussen de aangeplante kruiden. De palmkool in een moestuinbak van een samentuin was doorgeschoten, zodat we van de bloemetjes konden proeven.

Ik ga zeker wat vaker wildplukken. De eetbare bloemen zijn ideaal om gerechten te pimpen en ik neem me voor om dit jaar af en toe eens ‘onkruidpesto’ te maken. Gezond en lekker!

Tuin van gangsta gardener bedreigd

’s Werelds bekendste gangsta gardener moet zijn levenswerk stopzetten. Ron Finley werd beroemd door zijn inspirerende TED talk over zijn guerrillatuinen in Los Angeles. Finley woont naar eigen zeggen in een ‘voedselgevangenis’. In zijn wijk, South Central, zijn verse groenten en fruit schaars goed voor de buurtbewoners. Hij begon daarom te moestuinieren in ‘verloren ruimtes’: wegbermen, verwaarloosde bouwgrond en slecht onderhouden parken.

Ron Finley vertelt gepassioneerd over zijn guerrilla gardening.

Zelf zag hij het moestuinieren als een manier om de buurt mooier te maken en de lokale bevolking kennis te laten maken met gezond voedsel. Belangrijk in een buurt waar drive-throughs meer slachtoffers maken dan drive-by’s. (Finley staat bekend om zijn sappige quotes)

Voor zijn guerrillatuinen kreeg hij regelmatig boetes totdat de gemeente uiteindelijk de regels veranderde en tuinieren op stadsgrond onder bepaalde voorwaarden legaal maakte. Maar nu staat Finley voor zijn grootste uitdaging tot nu toe.

Een guerrilla garden van Finley in een wegberm.

Helaas voor Finley is de buurt de laatste jaren aantrekkelijk geworden voor de middenklasse en dus ook projectontwikkelaars. Gentrificatie heet zoiets. Heel zuur voor de lokale bewoners die al jaren smeekten om investeringen vanuit de stad om hun wijk leefbaarder te maken. Nu er overal hippe koffiebars opduiken, mag een van de mooiste projecten voor de buurt oprotten.

In Finleys tuin groeien bananenbomen, courgettes, tomaten en bessenstruiken.

Het stuk grond dat hij sinds 2010 huurde en omtoverde tot een groen paradijs is namelijk onlangs verkocht. De nieuwe eigenaars willen erop bouwen. Als Finley zijn tuin wil redden, moet hij tegen volgende week met 500.000 dollar over de brug komen. Goede deal voor de projectontwikkelaars die zelf $379.003 neertelden voor de grond.

Finley geeft zich vooralsnog niet gewonnen. Zijn Go fund me-campagne bracht tot dusver iets meer dan 390.000 dollar op. Het begint erom te spannen dus…

Update 8 april: Na meer dan twee maanden campagnevoeren heeft Finley zijn doel bereikt. Hij gaat nu met de hulp van advocaten bekijken of hij de grond kan kopen.

Bewaren

Experimenteren op het dak

Vorig jaar interviewde ik stadsboer Bram Stessel over zijn nieuwe project op het dak van een oude industriële site in hartje Antwerpen, vlakbij het Groen Kwartier. Sinds begin vorig jaar experimenteert hij er met moestuinieren op strobalen.

strobaal-daktuin2-c-bie-van-giel

De keuze voor strobalen was niet toevallig. Omdat het dak niet overal verstevigd is, moest Bram op zoek naar alternatieven voor de moestuinbak. Strobalen wegen de helft minder dan een traditionele moestuinbak. Extra handig dat je bij een strobaal zowel groenten boven als langs de zijkant kan kweken. Een enorme plaatsbesparing!

Het afgelopen jaar experimenteerde Bram met bemesting en verschillende gewassen. Hij testte  zo’n vijftig groentevariëteiten: van roze aardappelen over paarse bonen tot amarantkoren. Hij merkte bijvoorbeeld dat vooral koolplanten het goed doen aan de zijkant van de balen, omdat ze iets minder zon nodig hebben.

De meeste planten deden het ondanks de hevige regenval afgelopen voorjaar toch goed. Dat komt omdat strobalen goed draineren. Handig bij Belgische zomers, maar bij droog weer moet je wel veel water geven.  Op het dak is er sowieso meer wind en zon waardoor de balen nog sneller uitdrogen.

strobaal-daktuin-c-bie-van-giel

De teelt op strobalen is in het begin heel intensief. Via toevoeging van stikstof breng je het composteerproces in de strobaal op gang. De temperaturen in de strobaal lopen op tot 40°C. Eens de temperatuur weer daalt, is het stro klaar voor de moestuin.

Als stikstof gebruikt Bram onder andere koffievliesjes, een afvalproduct dat hij ophaalt bij de Antwerpse koffiebranderij St Michel. De koffieresten houden voeding vast en helpen bij het composteren. Uit recent onderzoek blijkt ook dat het helpt om insecten te weren.

De meeste gewassen kweekt Bram op in de serre op het dak. Alleen wanneer hij met gewassen werkt waarvan je de zaailingen niet kan verplanten (wortels bijvoorbeeld) zaait hij de zaden in de compostlaag bovenop de strobaal.

Na een jaar experimenteren start Bram nu met de tweede fase van zijn dakakker: workshops organiseren en buurtbewoners betrekken. Op 7 maart is er een eerste infomoment voor toekomstige dakboeren. Volgende week zaterdag kan je er een workshop volgen over telen op strobalen. Om op de hoogte te blijven van het interessante aanbod, kan je de Facebookpagina van PAKT volgen.

Filmavond stadslandbouw

Filmhuis Klappei is ongetwijfeld de meest charmante bioscoop in Antwerpen. Het filmhuis, gelegen in een voormalig politiekantoor in hartje Antwerpen Noord, heeft welgeteld 1 cinemazaal met zo’n 50 zitjes. En dat zijn alvast twee redenen om snel je plaats te reserveren voor de filmavond op 9 november.

10billionDe derde reden is uiteraard de film zelf. Maandag spelen ze namelijk de documentaire ’10 billion – what’s on your plate’, een film van bestsellerauteur en ‘food-fighter’ Valentin Thurn. In 2050 zal de wereldbevolking gestegen zijn tot 10 miljard mensen. Thurn buigt zich over de vraag hoe we ervoor gaan zorgen dat iedereen gevoed kan worden.

Hij bezoekt bioboeren, maar ook commerciële slachthuizen, speculanten van de grootschalige landbouwindustrie en lokale stadslandbouwprojecten. In India bezoekt hij een zadenbank, waarvan de lokale bevolking beweert dat hun eigen gewassen veel beter bestand zijn tegen de voortdurende overstromingen dan de gemuteerde gewassen van multinationals als Bayer en Monsanto. In Thailand neemt hij een kijkje bij een insectenboerderij en hij steekt zijn licht op bij verschillende privé-initiatieven in Engeland, Duitsland en de VS.

10billionSPOILER ALERT: Turn raakt overtuigd dat er maar twee mogelijkheden zijn om de problemen van de toekomst het hoofd te bieden: kleinschalige, duurzame landbouw en het eten van lokaal geproduceerd voedsel.

Als extraatje stellen Antwerpse stadsboeren en stadslandbouwinitiatieven zich na de documentaire voor en gaan ze in interactie met het publiek. Zeker de moeite dus!

De filmavond wordt georganiseerd door Netwerk Stadslandbouw Antwerpen. Inschrijven kan via stadslandbouwantwerpen@gmail.com. De documentaire start om 19.30u (deuren 19u) en de inkom is vrije bijdrage.