Bananen en papaja uit Moorsel

Afgelopen weekend kon je weer binnengluren bij 200 ecologische tuinen in België en Nederland tijdens de Ecotuindagen van Velt. Met man en kind bezocht ik twee leuke initiatieven: een tropische tuin mét zwemvijver in Moorsel (Aalst) en een bostuin in Sint-Niklaas. Vandaag deel ik graag het verslagje van ons bezoek aan de tropisch tuin.

Ik ben al een tijdje fan van Mier vzw. Hun projecten zijn altijd origineel en doordrongen van permacultuur. Vorig jaar zag ik ze bijvoorbeeld in actie bij de opstart van een daktuin voor de scouts, compleet met gesjord aquaduct en vijver. Geniaal.

Toen ik hoorde dat ze sinds oktober aan de slag waren in een oude rozenkwekerij in Moorsel, een landelijke deelgemeente van Aalst, moest en zou ik een kijkje gaan nemen. Een meevaller dus dat ze meededen aan de Ecotuindagen van Velt!

Het jonge voedselbos in Moorsel.

In de Warme Meente, zoals de tuin heet, werkt Mier vzw samen met buurtbewoners aan een overdekt voedselbos vol tropische planten. Afgelopen maanden konden ze al hun eerste abrikozen oogsten – hoe geweldig is dat?

Tropische planten in de Warme Meente

De serre wordt ’s winters niet verwarmd, zodat de temperaturen tegen het vriespunt aanleunen. In de zomer lopen de temperaturen hoog op. Daarom kiest men voor exotische planten uit gebieden als Marokko of de Andes, waar je koude winters en hete zomers hebt. Denk aan zoethout, papaja, banaan, gember, perzik…

De tuinierders maken wel gebruik van het oorspronkelijke watersysteem: een sproei-installatie. Om het bewateren efficiënter te maken – een stokpaardje van de permacultuur – hebben ze gootjes gegraven en legden ze een subtropische zwemvijver aan – hoe geweldig is dat? (bis)

Tussen de bananenplant en aardbeienplanten loopt een gootje voor betere bewatering.

De zwemvijver van 12 meter lang en 4 meter breed en op sommige plaatsen 2 meter diep, met kinderbadje, heeft meerdere functies. In de winter vormt het een warmtebuffer, in de zomer als het snikheet is in de serre kan men er een verfrissende duik nemen. Uiteraard groeien er ook planten in het water zoals bladpeper, papyrus en waterkastanjes.

De geweldige zwemvijver is een paradijs voor de buurtkinderen.

Het hoeft verder geen betoog dat ik geweldig fan ben van het project. Ik ben benieuwd hoe het voedselbos de komende jaren zal veranderen en groeien.

Betalen voor plantgoed of een drankje doe je met faluns. Zo steun je ook meteen het project.

Ga trouwens gerust zelf een keer kijken! De tuin is regelmatig open op donderdag tussen 10 en 13 uur en zaterdag tussen 14 en 17 uur. Je kan er vaak plantgoed kopen of een sapje/pintje (schrappen wat niet past) drinken. Zo steun je meteen ook de tuin.

De Warme Meente, Keimolenstraat 5, 9310 Aalst.

Wilde planten eten

Nathalie van LesOdettes toont hoe vogelmuur eruit ziet.

Vorige week trok ik op wildplukwandeling in Antwerpen met Nathalie van LesOdettes. De vraag die dan op ieders lippen brandt: is dat niet vies met al die honden in de stad? Nathalies antwoord: ‘Mensen vergeten dat vossen en vogels ook op de groenten in het veld kakken.’ En met een aantal tips in het achterhoofd lijkt dit nogal mee te vallen:

  • Pluk niet te dicht bij een gevel of paaltje of een andere plek waarvan je vermoedt dat honden het aantrekkelijk vinden
  • In het bos is het belangrijk dat je plukt vanaf kniehoogte. Daaronder is er kans op de vossenziekte (vossenlintworm)
  • Was je oogst met water met daarin een scheutje azijn en spoel na

Waarom je dan toch aan het wildplukken moet? Niets moet natuurlijk, maar je leert weer heel nieuwe smaken kennen. Die citroenachtige slash etherische smaak van de douglasspar bijvoorbeeld. Nog nooit eerder geproefd en dus ook wat moeilijk te omschrijven.

Je kan de naalden en de dennenappels gebruiken om je gerechten op smaak te brengen.

Ook goed om te weten: wilde planten zijn nooit gecultiveerd en hebben daardoor nog heel veel voedingsstoffen. Anders dan de groenten uit de winkel maar ook uit eigen moestuin zijn ze nooit geselecteerd op kleur of vorm. Meteen ook een reden om het gebruik van wilde planten te doseren. Brandnetels werken bijvoorbeeld heel bloedzuiverend. Gezond, maar grote dosissen veroorzaken soms acne.

Een salade met onder andere look zonder look en daslook.

Wilde planten gebruik je dus best met mate. Bijvoorbeeld door wat madeliefjes te verwerken in een salade, kleine veldkers in de soep te draaien of om pesto te maken van dovenetel.

Houd je aan deze wildplukregels, zodat iedereen ervan kan genieten:

  • Pluk alleen voor eigen gebruik
  • Pluk niet meer dan 1/3de van de populatie
  • Laat de wortels van de planten staan
  • Vraag vooraf toestemming aan de eigenaar als je op privé gebied plukt

Mijn persoonlijke ontdekking was vogelmuur, een klein, onnozel plantje dat verrassend lekker smaakt naar verse erwtjes. Ook heel lekker is daslook, al was dat voor mij geen nieuwe kennismaking. Ik heb zelf wat daslook in mijn tuin staan en weet nu in Antwerpen waar je ze in het wild kan plukken (kuch Boelaertpark kuch).

Bloemblaadjes van seringen zijn lekker met opgeklopt eiwit en bloemsuiker

De wildplukwandeling doet je helemaal anders naar de stad kijken: in de tuin van de kerk staan bijvoorbeeld madeliefjes voor je salade en een appelboom waarvan je de bloesems ook kan eten. In een bloembak op iemands vensterbank komt wat klaverzuring piepen tussen de aangeplante kruiden. De palmkool in een moestuinbak van een samentuin was doorgeschoten, zodat we van de bloemetjes konden proeven.

Ik ga zeker wat vaker wildplukken. De eetbare bloemen zijn ideaal om gerechten te pimpen en ik neem me voor om dit jaar af en toe eens ‘onkruidpesto’ te maken. Gezond en lekker!

Tuin van gangsta gardener bedreigd

’s Werelds bekendste gangsta gardener moet zijn levenswerk stopzetten. Ron Finley werd beroemd door zijn inspirerende TED talk over zijn guerrillatuinen in Los Angeles. Finley woont naar eigen zeggen in een ‘voedselgevangenis’. In zijn wijk, South Central, zijn verse groenten en fruit schaars goed voor de buurtbewoners. Hij begon daarom te moestuinieren in ‘verloren ruimtes’: wegbermen, verwaarloosde bouwgrond en slecht onderhouden parken.

Ron Finley vertelt gepassioneerd over zijn guerrilla gardening.

Zelf zag hij het moestuinieren als een manier om de buurt mooier te maken en de lokale bevolking kennis te laten maken met gezond voedsel. Belangrijk in een buurt waar drive-throughs meer slachtoffers maken dan drive-by’s. (Finley staat bekend om zijn sappige quotes)

Voor zijn guerrillatuinen kreeg hij regelmatig boetes totdat de gemeente uiteindelijk de regels veranderde en tuinieren op stadsgrond onder bepaalde voorwaarden legaal maakte. Maar nu staat Finley voor zijn grootste uitdaging tot nu toe.

Een guerrilla garden van Finley in een wegberm.

Helaas voor Finley is de buurt de laatste jaren aantrekkelijk geworden voor de middenklasse en dus ook projectontwikkelaars. Gentrificatie heet zoiets. Heel zuur voor de lokale bewoners die al jaren smeekten om investeringen vanuit de stad om hun wijk leefbaarder te maken. Nu er overal hippe koffiebars opduiken, mag een van de mooiste projecten voor de buurt oprotten.

In Finleys tuin groeien bananenbomen, courgettes, tomaten en bessenstruiken.

Het stuk grond dat hij sinds 2010 huurde en omtoverde tot een groen paradijs is namelijk onlangs verkocht. De nieuwe eigenaars willen erop bouwen. Als Finley zijn tuin wil redden, moet hij tegen volgende week met 500.000 dollar over de brug komen. Goede deal voor de projectontwikkelaars die zelf $379.003 neertelden voor de grond.

Finley geeft zich vooralsnog niet gewonnen. Zijn Go fund me-campagne bracht tot dusver iets meer dan 390.000 dollar op. Het begint erom te spannen dus…

Update 8 april: Na meer dan twee maanden campagnevoeren heeft Finley zijn doel bereikt. Hij gaat nu met de hulp van advocaten bekijken of hij de grond kan kopen.

Bewaren

Experimenteren op het dak

Vorig jaar interviewde ik stadsboer Bram Stessel over zijn nieuwe project op het dak van een oude industriële site in hartje Antwerpen, vlakbij het Groen Kwartier. Sinds begin vorig jaar experimenteert hij er met moestuinieren op strobalen.

strobaal-daktuin2-c-bie-van-giel

De keuze voor strobalen was niet toevallig. Omdat het dak niet overal verstevigd is, moest Bram op zoek naar alternatieven voor de moestuinbak. Strobalen wegen de helft minder dan een traditionele moestuinbak. Extra handig dat je bij een strobaal zowel groenten boven als langs de zijkant kan kweken. Een enorme plaatsbesparing!

Het afgelopen jaar experimenteerde Bram met bemesting en verschillende gewassen. Hij testte  zo’n vijftig groentevariëteiten: van roze aardappelen over paarse bonen tot amarantkoren. Hij merkte bijvoorbeeld dat vooral koolplanten het goed doen aan de zijkant van de balen, omdat ze iets minder zon nodig hebben.

De meeste planten deden het ondanks de hevige regenval afgelopen voorjaar toch goed. Dat komt omdat strobalen goed draineren. Handig bij Belgische zomers, maar bij droog weer moet je wel veel water geven.  Op het dak is er sowieso meer wind en zon waardoor de balen nog sneller uitdrogen.

strobaal-daktuin-c-bie-van-giel

De teelt op strobalen is in het begin heel intensief. Via toevoeging van stikstof breng je het composteerproces in de strobaal op gang. De temperaturen in de strobaal lopen op tot 40°C. Eens de temperatuur weer daalt, is het stro klaar voor de moestuin.

Als stikstof gebruikt Bram onder andere koffievliesjes, een afvalproduct dat hij ophaalt bij de Antwerpse koffiebranderij St Michel. De koffieresten houden voeding vast en helpen bij het composteren. Uit recent onderzoek blijkt ook dat het helpt om insecten te weren.

De meeste gewassen kweekt Bram op in de serre op het dak. Alleen wanneer hij met gewassen werkt waarvan je de zaailingen niet kan verplanten (wortels bijvoorbeeld) zaait hij de zaden in de compostlaag bovenop de strobaal.

Na een jaar experimenteren start Bram nu met de tweede fase van zijn dakakker: workshops organiseren en buurtbewoners betrekken. Op 7 maart is er een eerste infomoment voor toekomstige dakboeren. Volgende week zaterdag kan je er een workshop volgen over telen op strobalen. Om op de hoogte te blijven van het interessante aanbod, kan je de Facebookpagina van PAKT volgen.

Filmavond stadslandbouw

Filmhuis Klappei is ongetwijfeld de meest charmante bioscoop in Antwerpen. Het filmhuis, gelegen in een voormalig politiekantoor in hartje Antwerpen Noord, heeft welgeteld 1 cinemazaal met zo’n 50 zitjes. En dat zijn alvast twee redenen om snel je plaats te reserveren voor de filmavond op 9 november.

10billionDe derde reden is uiteraard de film zelf. Maandag spelen ze namelijk de documentaire ’10 billion – what’s on your plate’, een film van bestsellerauteur en ‘food-fighter’ Valentin Thurn. In 2050 zal de wereldbevolking gestegen zijn tot 10 miljard mensen. Thurn buigt zich over de vraag hoe we ervoor gaan zorgen dat iedereen gevoed kan worden.

Hij bezoekt bioboeren, maar ook commerciële slachthuizen, speculanten van de grootschalige landbouwindustrie en lokale stadslandbouwprojecten. In India bezoekt hij een zadenbank, waarvan de lokale bevolking beweert dat hun eigen gewassen veel beter bestand zijn tegen de voortdurende overstromingen dan de gemuteerde gewassen van multinationals als Bayer en Monsanto. In Thailand neemt hij een kijkje bij een insectenboerderij en hij steekt zijn licht op bij verschillende privé-initiatieven in Engeland, Duitsland en de VS.

10billionSPOILER ALERT: Turn raakt overtuigd dat er maar twee mogelijkheden zijn om de problemen van de toekomst het hoofd te bieden: kleinschalige, duurzame landbouw en het eten van lokaal geproduceerd voedsel.

Als extraatje stellen Antwerpse stadsboeren en stadslandbouwinitiatieven zich na de documentaire voor en gaan ze in interactie met het publiek. Zeker de moeite dus!

De filmavond wordt georganiseerd door Netwerk Stadslandbouw Antwerpen. Inschrijven kan via stadslandbouwantwerpen@gmail.com. De documentaire start om 19.30u (deuren 19u) en de inkom is vrije bijdrage.

Voedselbos en bijenweide De Soetewey

In mijn vorige blogpost had ik het nog over samentuinen die, ondanks dat ze een meerwaarde voor de buurt zijn, toch verdwijnen wanneer de eigenaar van de grond er andere plannen mee heeft. In de praktijk durft dat wel neerkomen op groen versus geld.

Ook Robin heeft dat aan den lijve ondervonden. Ik leerde hem twee jaar geleden kennen toen hij nog bezig was in De Vergeten Peer, een stuk braakliggend terrein in Wilrijk (Antwerpen) dat hij, samen met vrienden, had omgetoverd tot een prachtige zorgtuin. (Een verslagje over mijn bezoek aan deze geweldige tuin kan je hier lezen)

Robin in de zorgtuin in Wilrijk

Robin in de zorgtuin in Wilrijk

Van begin af aan wist hij dat het verhaal er eindig was. Robin bleef zoeken naar een nieuwe locatie.

Ik ben heel blij te horen dat zijn zoektocht ten einde is! Robin heeft een nieuwe stek gevonden in Wilrijk waar hij een voedselbos en bijenweide aanlegt, ‘De Soetewey’. En nu is het definitief, want hij mag zich eigenaar van de grond noemen!

Bedoeling is om er een biotoop te bouwen waar workshops gegeven worden over bijen (imkercursussen, bijenvriendelijke planten, bijenhotels maken…). Ook komen er wat volkstuinen op het terrein van 6000m².

In een eerste fase ruimde hij het terrein op. Betonpalen, zwerfvuil en houtafval werden weggehaald. Een enorme klus, als je de foto’s op zijn Facebookpagina mag geloven!

Voor fase 2 heeft hij hulp nodig. Robin is op zoek naar centen voor de aankoop van struiken en bomen voor zijn bijenvoedselbos en -weide. Omdat ik heel benieuwd ben naar zijn project en ik geloof dat Robin met zijn enthousiasme en creativiteit er wat van gaat maken, steun ik hem graag!

soetewey

Wil jij hem ook steunen? Dat kan met een storting op rekeningnummer BE24 0689 3010 5038. Een jonge struik kost 5 euro, een jonge boom 10 euro. Op zondag 27 november en zondag 4 december kan je tussen 9 en 14 uur helpen met het aanplanten van de planten.

Bewaren

Een plukroute in Tilburg

Vorig jaar had ik een aardbeienplantje in onze geveltuin staan. Net wanneer er weer een dikke aardbei rijp was, verdween deze mysterieus. Niet dat ik het erg vond. Ik zou het juist leuk vinden als meer buren eetbare planten in hun bloempotten of geveltuin zouden zetten, om te delen met de buurt. Een beetje zoals in het Britse Todmorden waar een volledig dorp eetbaar is gemaakt. Want geef toe, hoe cool is dit:

De initiatiefnemers van De Plukroute zien het nog grootser en willen heel Nederland eetbaar maken. Dat doe je uiteraard stap voor stap en daarom hebben ze een plukroute opgestart in Tilburg. Een tijdje geleden ging ik er eens een kijkje nemen.

plukroute3

De plukroute ligt in de Tilburgse wijk Stokhasselt. Ik had verwacht dat het een route zou zijn langs eetbare plantsoenen in de wijk, maar eigenlijk bevinden de eetbare struiken, kruiden en bomen zich allemaal op het grasveld naast een groot appartementsgebouw. De route (eerder een paadje over het grasveld) loopt onder andere langs de kruidentuin, de bessenhaag, het eetbaar speelbos, de boomgaard en de vlindertuin.

Het eetbaar speelbos(je) moet nog wat groeien.

Het eetbaar speelbos(je) moet nog wat groeien.

Omdat de route nog maar sinds april 2015 bestaat, zijn de fruitbomen nog niet zo groot. Ook het eetbaar speelbos heeft nog een paar jaar nodig om uit te groeien tot een volwaardig bos(je). Het viel me wel op dat alles netjes onderhouden is.

Een kersentipi: hoe schattig is dat!

Een kersentipi: hoe schattig is dat!

Op de website van de plukroute vind je trouwens een kaart van alle eetbare gewassen, met telkens een receptidee. Handig, want ik zou niet zo gauw weten wat ik met een schijnaugurk of met de uiensoepboom moet doen.

Bloemenweide met daarachter de buurtmoestuin.

Bloemenweide met daarachter de buurtmoestuin.

Het bezoek zette me wel aan het dromen over een eetbaar Antwerpen…Van mij mag het zelfs wat meer op z’n Todmordens zijn.

Naar de pluktuin in Antwerpen

Gratis fruit en kruiden plukken in de stad, hoe cool is dat? Dat kan dus gewoon in de pluktuin in park Den Brandt in Antwerpen.

Het park is een van mijn favoriete plekken in Antwerpen en toen we er nog in de buurt woonden, ging ik er vaak wandelen, picknicken en zelfs lopen met Evy. Toch hoorde ik pas via de blog van Plantwerpen dat er ook een pluktuin in het park verscholen ligt.

pluktuin den brandtZo’n twee weken geleden is het me eindelijk gelukt om de pluktuin te bezoeken. Dat je er nu pas een blogstukje over leest, is volledig te wijten aan onze nieuwe huisgenoot, een koddig ventje dat sinds zijn geboorte zo’n 5 weken geleden de plak zwaait in huis. Ondertussen leren we ons aanpassen aan het nieuwe leven en schrijf ik dit stukje terwijl hij aan mijn borst lurkt…

Maar goed, we hadden het over de Antwerpse pluktuin.

De tuin ligt links van het kasteel. Als je via de hoofdingang van het park binnen komt, moet je het linkse paadje volgen tot de ommuurde tuin.

De pluktuin is het hele jaar door toegankelijk voor het publiek en is open van zonsopgang tot zonsondergang. Nu is begin maart niet meteen de beste periode voor een bezoek, aangezien er buiten maartse viooltjes nog niet veel te plukken valt. De interessantste (en lekkerste) periode is vanaf juli tot september wanneer je er volop kersen, appelen en pruimen kan plukken.

De voornaamste spelregels zijn: je plukt alleen voor eigen gebruik, je kiest alleen rijp fruit uit en je beschadigt geen bomen of planten. Klinkt logisch.

pluktuin den brandtOp een groot bord in de tuin vind je een kaart van alle eetbare gewassen. Het leuke is dat geen enkele boom dezelfde is. Elke fruitboom geeft een andere variëteit. Op het bord staat een beetje meer info, bijvoorbeeld wat de oogstperiode van elk gewas is.

Naast fruitbomen groeien er ook kleinfruit zoals frambozen, bosaardbeien en stekelbessen, en kruiden zoals dragon, bieslook, wederik en grote weegbree. Ook minder voor de hand liggende fruitsoorten zoals moerbeien, mispels, kiwi’s en vijgen kan je hier vinden.

Ik plan in ieder geval nog een paar bezoekjes deze zomer. Is er bij jou in de buurt een plek waar je kan gratis fruit kan plukken?

Jaaroverzicht deel II

De eindejaarsperiode is het ideale moment voor een korte terugblik op het afgelopen (moes)tuin- en blogjaar. In het eerste deel kon je lezen over mijn ervaringen met onze moestuin. In dit deel neem ik je mee naar de leukste stadstuinprojecten die ik in 2015 leerde kennen.

De mooiste

De meest charmante stadstuin was deze ‘guerrilla garden’ in Brugge. Buurtbewoners toverden een bouwvallig Brugs huisje om tot een schattige pottentuin. Daarmee heeft het Venetië van het Noorden er een trekpleister bij.

pottenmakerstraat

Een aparte pottentuin in Brugge

De lekkerste

In het voorjaar gingen de mensen achter de vernieuwde Antwerpse stadsboerderij de boer op (heb je hem?) om coöperanten te zoeken. Overal in Antwerpen kan je wekelijks hun voedselpakketten afhalen. Geweldig project, maar voor ons onregelmatige leventje helaas niet flexibel genoeg.

Waar het lief en ik wel regelmatig gebruik van maken, is de Buurderij. Dit is een markt waar je groenten, maar ook soepen, fruitsappen, vlees en zelfs notenpasta’s kan kopen. Alle producten komen van lokale bedrijfjes. Je bestelt online wat je nodig hebt en haalt het op de afgesproken dag af. Handig!

De verste

In september gingen het lief en ik er nog even tussenuit, naar het verre Berlijn. Toevallig (of niet) een echte hemel voor stadstuiniers. Persoonlijke favoriet was Tempelhofer Park. I hartje Berlijn!

tempelhofer park

Creatieve stadstuiniers in Tempelhofer Park.

Maar ook deze dakmoestuin in Madrid, die ik in het voorjaar bezocht met een vriendin, was een van de hoogtepunten (ik ben op dreef!) dit jaar.

De duurzaamste

In Rotterdam gebeurde het dit jaar. Ik bezocht er verborgen tuinen en een groot stadslandbouwproject op een dak. Het meest memorabele was de fietstoer langs een heleboel permacultuurprojecten in de stad. Het enthousiasme van de gids werkte aanstekelijk en ik leerde geweldig veel bij over permacultuur.

Volgende week het laatste deel van het jaaroverzicht. Feest ze!

Stadslandbouw in Berlijn

Maandag nam ik je al mee naar mijn favoriete plek in Berlijn: Tempelhofer Park. Maar ook op andere plekken in de stad wordt er getuinierd. De ene keer al iets professioneler dan de andere. Wij bezochten drie stadslandbouwprojecten.

1.Prinzessinnengarten

In hartje Kreuzberg vind je deze geweldige tuin. We bezochten het op een zonnige zaterdagmiddag en de plek bruiste van de bedrijvigheid. Er waren rondleidingen, workshops en knutselactiviteiten voor jong en oud.

Prinzessinnengarten

Bijenworkshop in Prinzessinnengarten

Naast de vele moestuinhoeken, vind je er ook een speeltuintje, overdekte workshophoeken, educatieve panelen over het bodemleven, een plantenwinkel en zelfs een café en een volkskeuken met super lekker eten uit de tuin.

Prinzessinnengarten

Een gezellig stadstuinproject.

De lichtelijk chaotische stadstuin is duidelijk een geliefde plek bij buurtbewoners en toeristen. Een tuin met een missie om de buurt te laten kennismaken met de voordelen van groen in de stad.

2. Himmelbeet

In de multiculturele wijk Wedding ten noorden van het centrum ligt een iets meer bescheiden tuin. Himmelbeet biedt moestuinbakken te huur aan buurtbewoners voor 60 euro per jaar. Daarnaast verbouwen ze zelf gewassen die ze verkopen als plantenstekjes of als groenten en kan je er in het weekend een glaasje drinken. De plek wordt opengehouden door vrijwilligers en een stagiair.

Himmelbeet

Planten te koop in Himmelbeet

Ik vind het idee dat tuinen als Himmelbeet en Prinzessinnengarten meer zijn dan een moestuinplek heel leuk. Het is bijvoorbeeld fijn dat ze ook buurtbewoners zonder groene vingers betrekken door er een plek van te maken waar je ook iets kan drinken of eten. In Himmelbeet verkochten ze naast plantgoed ook zelfgedrukte winkeltassen, boeken en bijenhotels. Een idee voor onze samentuin in Antwerpen?

Himmelbeet

Geknutselde beschutting voor de tomaten.

3. ECT farmer’s market

In de Bessemerstrasse ligt op de site van een voormalige moutfabriek een stadslandbouwproject met winkel. In warme serres worden via hydroponic tomaten, meloenen en paprika’s verbouwd. In de koude serres groeien sla en kruiden. Op donderdag en zaterdag  kan je in de winkel groenten kopen, maar ook biologische dranken en plantgoed.

ECT farmers market

De serres van het stadslandbouwproject

Het project stelt zo’n tien mensen te werk en er helpen ook een aantal studenten mee. Elke eerste vrijdag van de maand kan je de serres bezoeken. Helaas waren we er die periode niet. Iets om te onthouden voor een volgend bezoek aan Berlijn.

ECF Farmer’s Market

De winkel is bescheiden, maar toch populair bij de Berlijnse bevolking.

Wat ik onthoud van deze drie tuinen is de creativiteit van de tuiniers en het verkopen van plantgoed en/of drank (ideaal als extra zakcentje voor de aankoop van zaden voor onze samentuin!). Stuk voor stuk gezellige plekjes in Berlijn en een aanrader voor wie meer wil zien dan de Brandenburger Tor en Checkpoint Charlie.

Ken jij nog andere interessante groene plekken in Berlijn? Dan noteren we die alvast voor ons volgend bezoek!