Onze stadstuin in april

Het is al een hele tijd geleden dat ik jullie nog een blik gunde in onze stadstuin. Bij deze!

Het meest genieten we op dit moment van onze blauwe regen. Nog nooit had onze klimplant zo veel bloemen. De geur alleen al vind ik heerlijk.

De geranium staat weer prachtig en lokt heel wat hommels en bijtjes.

De hosta’s hebben de slakken min of meer overleefd en ook de campanula kleurt de tuin frisgroen. De eerste meiklokjes laten hun schattige witte bloemen zien.

Daarentegen hebben de blauwe druifjes hun beste periode achter de rug. Het is fijn dat deze plant de tuin zo mooi blauw kleurt in het vroege voorjaar en de bijen ervan kunnen eten wanneer er verder nog weinig nectar te vinden is. Van de andere kant weet ik niet goed wat doen na de bloeiperiode, wanneer de planten er wat mistroostig bij staan. Iemand een tip?

In onze moestuinbak staan voorlopig twee kleine plantjes: een bloemkool en een broccoli. De slakken zijn ook hier gepasseerd, maar de schade valt al bij al nog mee. Verder probeer ik de moed bij elkaar te rapen om er dit seizoen nog iets van te maken, want de moestuinbak is nu vooral een kattenbak. Niet zo motiverend…

Wordt vervolgd…

Bewaren

Advertenties

Wilde planten eten

Nathalie van LesOdettes toont hoe vogelmuur eruit ziet.

Vorige week trok ik op wildplukwandeling in Antwerpen met Nathalie van LesOdettes. De vraag die dan op ieders lippen brandt: is dat niet vies met al die honden in de stad? Nathalies antwoord: ‘Mensen vergeten dat vossen en vogels ook op de groenten in het veld kakken.’ En met een aantal tips in het achterhoofd lijkt dit nogal mee te vallen:

  • Pluk niet te dicht bij een gevel of paaltje of een andere plek waarvan je vermoedt dat honden het aantrekkelijk vinden
  • In het bos is het belangrijk dat je plukt vanaf kniehoogte. Daaronder is er kans op de vossenziekte (vossenlintworm)
  • Was je oogst met water met daarin een scheutje azijn en spoel na

Waarom je dan toch aan het wildplukken moet? Niets moet natuurlijk, maar je leert weer heel nieuwe smaken kennen. Die citroenachtige slash etherische smaak van de douglasspar bijvoorbeeld. Nog nooit eerder geproefd en dus ook wat moeilijk te omschrijven.

Je kan de naalden en de dennenappels gebruiken om je gerechten op smaak te brengen.

Ook goed om te weten: wilde planten zijn nooit gecultiveerd en hebben daardoor nog heel veel voedingsstoffen. Anders dan de groenten uit de winkel maar ook uit eigen moestuin zijn ze nooit geselecteerd op kleur of vorm. Meteen ook een reden om het gebruik van wilde planten te doseren. Brandnetels werken bijvoorbeeld heel bloedzuiverend. Gezond, maar grote dosissen veroorzaken soms acne.

Een salade met onder andere look zonder look en daslook.

Wilde planten gebruik je dus best met mate. Bijvoorbeeld door wat madeliefjes te verwerken in een salade, kleine veldkers in de soep te draaien of om pesto te maken van dovenetel.

Houd je aan deze wildplukregels, zodat iedereen ervan kan genieten:

  • Pluk alleen voor eigen gebruik
  • Pluk niet meer dan 1/3de van de populatie
  • Laat de wortels van de planten staan
  • Vraag vooraf toestemming aan de eigenaar als je op privé gebied plukt

Mijn persoonlijke ontdekking was vogelmuur, een klein, onnozel plantje dat verrassend lekker smaakt naar verse erwtjes. Ook heel lekker is daslook, al was dat voor mij geen nieuwe kennismaking. Ik heb zelf wat daslook in mijn tuin staan en weet nu in Antwerpen waar je ze in het wild kan plukken (kuch Boelaertpark kuch).

Bloemblaadjes van seringen zijn lekker met opgeklopt eiwit en bloemsuiker

De wildplukwandeling doet je helemaal anders naar de stad kijken: in de tuin van de kerk staan bijvoorbeeld madeliefjes voor je salade en een appelboom waarvan je de bloesems ook kan eten. In een bloembak op iemands vensterbank komt wat klaverzuring piepen tussen de aangeplante kruiden. De palmkool in een moestuinbak van een samentuin was doorgeschoten, zodat we van de bloemetjes konden proeven.

Ik ga zeker wat vaker wildplukken. De eetbare bloemen zijn ideaal om gerechten te pimpen en ik neem me voor om dit jaar af en toe eens ‘onkruidpesto’ te maken. Gezond en lekker!

Koninklijke serres

Een parktuin van maar liefst 14.000m² kan je nauwelijks een typische stadstuin noemen, maar de koninklijke serres van Laken liggen in Brussel en zijn dus een vorm van stadstuinieren, toch?

Een bezoek is in ieder geval een aanrader. Dat weet de koning ook en daarom zet hij elk jaar drie weken lang de tuinpoorten open. Als bezoeker volg je braaf de route, die je gelukkig genoeg foto’s voor je Facebookprofiel opleveren.

Aan fotogenieke planten geen gebrek

Het eerste deel van de wandeling leidt je langs het kasteel en de enorme parktuin, inclusief vijver, Japanse kerselaars (Prunus serrulata) in bloei en strak getrimde hagen Als je goed kijkt, zie je zelfs het grijze silhouet van de stad Brussel op de achtergrond.

Het tweede deel neemt je mee in de serres zelf, die in 1873 werden ontworpen door architect Alphonse Balat in opdracht van Koning Leopold II.

Een gekroonde serre

De serres zijn aangepast aan het landschap: zo loopt er een lange, overdekte gaanderij over de heuvels van de parktuin. Een pareltje! Moest ik lid zijn van de koningsfamilie en een beetje sportief, zou ik er gaan joggen wanneer het regent.

Af en toe aanschuiven

Nu was het joggen een beetje moeilijk omdat de gangen af en toe verstopten met fotograferende mensen. Onze buggy van de trappen te dragen, bleek al een goede workout. (Echt rolstoel- en kinderwagenvriendelijk zijn de serres dus niet. Daarom organiseert men op 25 april een speciale dag waarbij de route wél toegankelijk is voor mensen op wieltjes.)

Een uitgebreide collectie varens

Een deel van de plantencollectie is even oud als de serres zelf. Koning Leopold II liet onder andere planten uit zijn Afrikaanse achtertuin overkomen. Er is een grote variatie aan rododendrons, varens, orchideeën en hortensia’s te zien. In de lange gaanderijen zie je fuchsia’s en ooievaarsbek (geranium) in de meest uiteenlopende kleuren.

Bezoek aan de Koninklijke serres van Laken kan dit jaar nog tot en met 5 mei 2017. Toegangsprijs is 2,50€ per persoon (gratis onder de 18 jaar). Er is een parking recht tegenover de tuinen.

Antwerpse tuinstraten: eerste infomoment

Het project rond tuinstraten in Antwerpen is alvast goed gestart! (lees hier meer als je niet kan volgen) Meer dan 85 straten hebben zich opgegeven om deze zomer een tuinstraat te worden. De nood aan een groenere stad is dus duidelijk!

Een vrolijke geveltuin in de Klappeistraat.

Het was oorspronkelijk de bedoeling dat er 3 straten omgevormd zouden worden tot tuinstraat. Maar Antwerpen Aan’t Woord, de burgerparticipatievereniging die het project begeleidt, is op zoek naar een manier om het enthousiasme van de Antwerpenaren te verzilveren.

Het idee is nu dat 3 straten een intense begeleiding krijgen om hun straat te vergroenen. De andere geïnteresseerde straten zouden bijvoorbeeld tips krijgen om zelf aan de slag te gaan of een rondleiding in de deelnemende straten, uitwisselmomenten…

Om te peilen naar de verwachtingen organiseert Antwerpen Aan’t Woord een eerste info-en overlegmoment op maandag 24 april. Dan gaat men er per wijk/district de resultaten en de strategie bespreken.

Wordt vervolgd…

Tuin van gangsta gardener bedreigd

’s Werelds bekendste gangsta gardener moet zijn levenswerk stopzetten. Ron Finley werd beroemd door zijn inspirerende TED talk over zijn guerrillatuinen in Los Angeles. Finley woont naar eigen zeggen in een ‘voedselgevangenis’. In zijn wijk, South Central, zijn verse groenten en fruit schaars goed voor de buurtbewoners. Hij begon daarom te moestuinieren in ‘verloren ruimtes’: wegbermen, verwaarloosde bouwgrond en slecht onderhouden parken.

Ron Finley vertelt gepassioneerd over zijn guerrilla gardening.

Zelf zag hij het moestuinieren als een manier om de buurt mooier te maken en de lokale bevolking kennis te laten maken met gezond voedsel. Belangrijk in een buurt waar drive-throughs meer slachtoffers maken dan drive-by’s. (Finley staat bekend om zijn sappige quotes)

Voor zijn guerrillatuinen kreeg hij regelmatig boetes totdat de gemeente uiteindelijk de regels veranderde en tuinieren op stadsgrond onder bepaalde voorwaarden legaal maakte. Maar nu staat Finley voor zijn grootste uitdaging tot nu toe.

Een guerrilla garden van Finley in een wegberm.

Helaas voor Finley is de buurt de laatste jaren aantrekkelijk geworden voor de middenklasse en dus ook projectontwikkelaars. Gentrificatie heet zoiets. Heel zuur voor de lokale bewoners die al jaren smeekten om investeringen vanuit de stad om hun wijk leefbaarder te maken. Nu er overal hippe koffiebars opduiken, mag een van de mooiste projecten voor de buurt oprotten.

In Finleys tuin groeien bananenbomen, courgettes, tomaten en bessenstruiken.

Het stuk grond dat hij sinds 2010 huurde en omtoverde tot een groen paradijs is namelijk onlangs verkocht. De nieuwe eigenaars willen erop bouwen. Als Finley zijn tuin wil redden, moet hij tegen volgende week met 500.000 dollar over de brug komen. Goede deal voor de projectontwikkelaars die zelf $379.003 neertelden voor de grond.

Finley geeft zich vooralsnog niet gewonnen. Zijn Go fund me-campagne bracht tot dusver iets meer dan 390.000 dollar op. Het begint erom te spannen dus…

Update 8 april: Na meer dan twee maanden campagnevoeren heeft Finley zijn doel bereikt. Hij gaat nu met de hulp van advocaten bekijken of hij de grond kan kopen.

Bewaren

Inheemse plantenmarkt 2017

Natuurpunt organiseert voor de derde keer een inheemse plantenmarkt in Antwerpen. Nieuw vanaf dit jaar is dat je er ook autochtoon plantengoed kan kopen.

Het verschil? Soorten kunnen dan wel inheems zijn (dus van nature in onze streek voorkomen) maar het plantmateriaal dat je van zo’n soort in de winkel koopt kan afkomstig zijn van een andere streek in de wereld (bijvoorbeeld een Vlier die men in de Kaukasus is gaan halen). Deze planten zijn dan evengoed niet aangepast aan onze lokale omstandigheden.

Autochtone planten daarentegen groeien hier al duizenden jaren en zijn daardoor aangepast aan de lokale bodem- en klimaatcondities.

De bloemen en bladeren van daslook zijn heel lekker in een salade (en je ademt stinkt niet achteraf, ha!)

Wilde asperge, daslook, tongvaren, wilde cichorei…Met een keuze uit zo’n 80 soorten is de plantenmarkt een echte aanrader. Als je voor 31 maart besteld, krijg je 10% korting.

Praktisch:

Inheemse plantenmarkt Antwerpen op 30 april van 10u tot 17u, op het plein aan de Kloosterstraat en Goedehoopstraat, 2000 Antwerpen. Planten bestellen en meer informatie via www.wilderisbeter.be.

Oproep: maak van je straat een tuinstraat

Heel veel Antwerpenaren dromen van een groenere buurt. Hoe zien groenere straten er dan uit? Gaat het enkel over gevelgroen? Of ook over bomen, struiken, natuur? Worden er ook groenten of sierplanten gekweekt in straten? Wie onderhoudt al het groen? Zijn deze straten dan ook autoluwer?

Dit jaar krijgen 3 straten in district Antwerpen de kans om een antwoord te verzinnen op deze vragen. Tijdens de zomermaanden mogen ze hun straat vergroenen met de steun van onder andere stad Antwerpen, Ecohuis en Antwerpen aan’t Woord en op kosten van de burgerbegroting.

Het project is tijdelijk, zodat men volop kan experimenteren. Bedoeling is om al doende te leren hoe het is om in een groene straat te leven.

Ben jij een inwoner van district Antwerpen en heb je zin om samen met je buren je straat of buurt tijdelijk om te vormen tot een Tuinstraat? Geef voor eind maart een seintje aan Koen Wynants van Antwerpen aan’t Woord.

Info en contact: Koen Wynants, info@antwerpenaantwoord.be, 0473865503, http://www.antwerpenaantwoord.be.

Woon je niet in Antwerpen en toch nieuwsgierig naar het project? Via deze blog blijf je uiteraard op de hoogte. Ik ben heel benieuwd naar welke leuke ideeën die er in de Tuinstraten gerealiseerd zullen worden!

Experimenteren op het dak

Vorig jaar interviewde ik stadsboer Bram Stessel over zijn nieuwe project op het dak van een oude industriële site in hartje Antwerpen, vlakbij het Groen Kwartier. Sinds begin vorig jaar experimenteert hij er met moestuinieren op strobalen.

strobaal-daktuin2-c-bie-van-giel

De keuze voor strobalen was niet toevallig. Omdat het dak niet overal verstevigd is, moest Bram op zoek naar alternatieven voor de moestuinbak. Strobalen wegen de helft minder dan een traditionele moestuinbak. Extra handig dat je bij een strobaal zowel groenten boven als langs de zijkant kan kweken. Een enorme plaatsbesparing!

Het afgelopen jaar experimenteerde Bram met bemesting en verschillende gewassen. Hij testte  zo’n vijftig groentevariëteiten: van roze aardappelen over paarse bonen tot amarantkoren. Hij merkte bijvoorbeeld dat vooral koolplanten het goed doen aan de zijkant van de balen, omdat ze iets minder zon nodig hebben.

De meeste planten deden het ondanks de hevige regenval afgelopen voorjaar toch goed. Dat komt omdat strobalen goed draineren. Handig bij Belgische zomers, maar bij droog weer moet je wel veel water geven.  Op het dak is er sowieso meer wind en zon waardoor de balen nog sneller uitdrogen.

strobaal-daktuin-c-bie-van-giel

De teelt op strobalen is in het begin heel intensief. Via toevoeging van stikstof breng je het composteerproces in de strobaal op gang. De temperaturen in de strobaal lopen op tot 40°C. Eens de temperatuur weer daalt, is het stro klaar voor de moestuin.

Als stikstof gebruikt Bram onder andere koffievliesjes, een afvalproduct dat hij ophaalt bij de Antwerpse koffiebranderij St Michel. De koffieresten houden voeding vast en helpen bij het composteren. Uit recent onderzoek blijkt ook dat het helpt om insecten te weren.

De meeste gewassen kweekt Bram op in de serre op het dak. Alleen wanneer hij met gewassen werkt waarvan je de zaailingen niet kan verplanten (wortels bijvoorbeeld) zaait hij de zaden in de compostlaag bovenop de strobaal.

Na een jaar experimenteren start Bram nu met de tweede fase van zijn dakakker: workshops organiseren en buurtbewoners betrekken. Op 7 maart is er een eerste infomoment voor toekomstige dakboeren. Volgende week zaterdag kan je er een workshop volgen over telen op strobalen. Om op de hoogte te blijven van het interessante aanbod, kan je de Facebookpagina van PAKT volgen.

Luchtige kamerplanten

All I need is the air that I breathe, zongen The Hollies. Het zou het lijflied kunnen zijn van luchtplanten. Deze planten, ook wel Tillandsia genoemd, overleven prima zonder grond. In het wild vind je ze op de gekste plekken: op bomen en rotsen, maar ook op gebouwen en telefoonpalen.

Tillandsia recurvata (c) Panoramio

Tillandsia recurvata (c) Panoramio

De meeste tillandsia’s zijn epifyten. Dat betekent dat ze op een andere plant groeien zonder erop te parasiteren. Anders dan bijvoorbeeld de maretak, die voedingsstoffen van zijn gastplant steelt, halen ze hun water en voedingsstoffen uit de lucht, uit dauw en uit regenwater. Hun wortels, als ze die al hebben, dienen enkel als anker.

Bromeliafamilie

rood-600x500Tillandsia’s komen in allerlei maten en vormen. Er zijn meer dan 650 soorten! Tillandsia zijn groenblijvende, meerjarige planten van de familie van de Bromeliaceae. Je vindt ze vooral in de bossen, bergen en woestijnen van Midden- en Centraal-Amerika, de Caraïben en in het zuiden van de Verenigde Staten. De soorten met dunne bladeren groeien in vochtige streken, terwijl de dikbladige variëteiten vooral voorkomen in droge gebieden.

Water en wind

tillandsia4-c-bie-van-gielDe laatste jaren maakten luchtplanten een opmars als kamerplant. Dat hebben ze niet alleen aan hun bijzondere uiterlijk te danken, maar ook omdat ze relatief weinig onderhoud vragen. Toch houd je best rekening met een paar regels. Luchtplanten houden bijvoorbeeld van zonlicht, maar zet ze in de lente en zomer liefst niet in direct zonlicht. Zorg ook voor een goede luchtcirculatie.

Tillandsia’s doen het heel goed in de buurt van het venster in je badkamer of keuken, maar je kan ze ook prima in je woonkamer houden. Je moet dan wel zorgen voor voldoende vocht. Dat doe je door ze te besproeien met water of door ze een badje te geven. In de koude maanden is een keer per een à twee weken prima, in de warme maanden doe je dit best iets vaker. Gebruik liever regenwater of gedemineraliseerd water dan leidingwater, want tillandsia’s houden niet van kalk.

Trage groeiers

Qua temperatuur zijn tillandsia’s niet echt kieskeurig. Ze verdragen vlot temperaturen tussen 10 en 32°C. Bij lagere temperaturen hebben ze minder vocht nodig. Hoe hoger de temperatuur hoe meer (indirect) zonlicht ze nodig hebben. Wanneer er in de wintermaanden weinig licht is, zijn hoge temperaturen funest. Hang ze dan liever op een koudere, lichte plek, bijvoorbeeld voor een raam zonder centrale verwarming eronder.

tillandsia6-c-bie-van-gielBemesten is eigenlijk niet nodig. Tillandsia’s groeien zo traag dat ze weinig voedingsstoffen nodig hebben. Je kan af en toe wat kamerplantvoeding of bromeliamest aan het water toevoegen.

Het is erg moeilijk om luchtplanten via zaad te kweken. Zelfs professionele kwekerijen wagen zich hier niet aan. Het duurt jaren voordat een plant klaar is voor verkoop. Veel vaker halen kwekerijen stekken uit moederplanten die uit de natuur gehaald zijn. Een luchtplant kan meerdere stekken geven voordat ze uitgeput is.

 Terrarium of muur

Luchtplanten kunnen een echte blikvanger zijn in je interieur door ze in een kader of hangpot aan de muur te bevestigen. Je kan er ook leuke terrariumlandschappen mee maken door ze aan schors, een mooie steen of mos te bevestigen.

(Dit artikel verscheen eerder in het tweemaandelijkse magazine Stadstuinieren, editie juli 2016)

Bewaren

Filmavond stadslandbouw

Filmhuis Klappei is ongetwijfeld de meest charmante bioscoop in Antwerpen. Het filmhuis, gelegen in een voormalig politiekantoor in hartje Antwerpen Noord, heeft welgeteld 1 cinemazaal met zo’n 50 zitjes. En dat zijn alvast twee redenen om snel je plaats te reserveren voor de filmavond op 9 november.

10billionDe derde reden is uiteraard de film zelf. Maandag spelen ze namelijk de documentaire ’10 billion – what’s on your plate’, een film van bestsellerauteur en ‘food-fighter’ Valentin Thurn. In 2050 zal de wereldbevolking gestegen zijn tot 10 miljard mensen. Thurn buigt zich over de vraag hoe we ervoor gaan zorgen dat iedereen gevoed kan worden.

Hij bezoekt bioboeren, maar ook commerciële slachthuizen, speculanten van de grootschalige landbouwindustrie en lokale stadslandbouwprojecten. In India bezoekt hij een zadenbank, waarvan de lokale bevolking beweert dat hun eigen gewassen veel beter bestand zijn tegen de voortdurende overstromingen dan de gemuteerde gewassen van multinationals als Bayer en Monsanto. In Thailand neemt hij een kijkje bij een insectenboerderij en hij steekt zijn licht op bij verschillende privé-initiatieven in Engeland, Duitsland en de VS.

10billionSPOILER ALERT: Turn raakt overtuigd dat er maar twee mogelijkheden zijn om de problemen van de toekomst het hoofd te bieden: kleinschalige, duurzame landbouw en het eten van lokaal geproduceerd voedsel.

Als extraatje stellen Antwerpse stadsboeren en stadslandbouwinitiatieven zich na de documentaire voor en gaan ze in interactie met het publiek. Zeker de moeite dus!

De filmavond wordt georganiseerd door Netwerk Stadslandbouw Antwerpen. Inschrijven kan via stadslandbouwantwerpen@gmail.com. De documentaire start om 19.30u (deuren 19u) en de inkom is vrije bijdrage.