Een dakmoestuin op school

Een looppiste of een moestuin. Dit waren de twee opties voor het dak van een Brusselse basisschool. Twee jaar later is de school nog steeds erg blij met haar keuze voor een daktuin.

‘Leerlingen leren dankzij de dakmoestuin waar hun eten vandaan komt’, zegt Stef Colens, directeur van de basisschool Heilige Familie in Schaarbeek, een van de meest dichtstbevolkte gemeentes in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Nu kunnen de 280 leerlingen van de school van dichtbij zien hoe voedsel groeit. En proeven! Het aantal leerlingen dat ’s middags een warme maaltijd eet, steeg sinds de start van de dakmoestuin van 40 naar 160. ‘Dat we volledig vegetarisch koken, heeft alleen maar voordelen’, zegt directeur Colens. ‘We tonen hoe een gezonde maaltijd eruit ziet en voor onze moslimleerlingen valt de vraag weg of het wel halal is.’

In de tuin kweekt de school bonen, wortels, tomaten, bloemkool en tomaten. ‘Het is helaas onmogelijk om helemaal zelfvoorzienend te zijn met onze moestuin’, zegt directeur Colens. In de wintermaanden ligt de oogst helemaal stil. De andere ingrediënten haalt de school in buurtwinkels. ‘We willen een echte buurtschool zijn en daarom kopen we zo veel mogelijk dingen lokaal aan’, zegt hij. Dat is wat duurder, maar daardoor hebben we ook een sterk netwerk waar we op kunnen bouwen.’

De directeur ziet het als de taak van de school om evenwichtige voeding te promoten, maar de moestuin is daarnaast een goede manier om ouders te betrekken. De meeste ouders zijn erg enthousiast over de tuin. Het oudercomité zorgt ervoor dat er tijdens de weekends en vakanties genoeg helpers zijn om de moestuin te onderhouden. In de zomervakantie vriest men de oogst in zodat die begin september op het bord van de leerlingen belandt. ‘Ouders van heel diverse achtergronden vinden elkaar dankzij de groenten’, zegt directeur Colens.

Vanaf dit jaar kunnen leerlingen ook mee tuinieren. Zo mogen ze tijdens de pauzes het onkruid wieden of de planten water geven. Voor sommige kinderen is het tuinieren een verademing, ver weg van de drukke speelplaats. Later dit jaar bouwt de school een serre op het dak zodat de leerlingen nog beter kunnen zien hoe een zaadje uitgroeit tot plant.

Dit artikel verscheen eerder in het magazine Stadstuinieren 2017-01. De nieuwste editie ligt sinds deze week in de krantenwinkel. 

Advertenties

Koninklijke serres

Een parktuin van maar liefst 14.000m² kan je nauwelijks een typische stadstuin noemen, maar de koninklijke serres van Laken liggen in Brussel en zijn dus een vorm van stadstuinieren, toch?

Een bezoek is in ieder geval een aanrader. Dat weet de koning ook en daarom zet hij elk jaar drie weken lang de tuinpoorten open. Als bezoeker volg je braaf de route, die je gelukkig genoeg foto’s voor je Facebookprofiel opleveren.

Aan fotogenieke planten geen gebrek

Het eerste deel van de wandeling leidt je langs het kasteel en de enorme parktuin, inclusief vijver, Japanse kerselaars (Prunus serrulata) in bloei en strak getrimde hagen Als je goed kijkt, zie je zelfs het grijze silhouet van de stad Brussel op de achtergrond.

Het tweede deel neemt je mee in de serres zelf, die in 1873 werden ontworpen door architect Alphonse Balat in opdracht van Koning Leopold II.

Een gekroonde serre

De serres zijn aangepast aan het landschap: zo loopt er een lange, overdekte gaanderij over de heuvels van de parktuin. Een pareltje! Moest ik lid zijn van de koningsfamilie en een beetje sportief, zou ik er gaan joggen wanneer het regent.

Af en toe aanschuiven

Nu was het joggen een beetje moeilijk omdat de gangen af en toe verstopten met fotograferende mensen. Onze buggy van de trappen te dragen, bleek al een goede workout. (Echt rolstoel- en kinderwagenvriendelijk zijn de serres dus niet. Daarom organiseert men op 25 april een speciale dag waarbij de route wél toegankelijk is voor mensen op wieltjes.)

Een uitgebreide collectie varens

Een deel van de plantencollectie is even oud als de serres zelf. Koning Leopold II liet onder andere planten uit zijn Afrikaanse achtertuin overkomen. Er is een grote variatie aan rododendrons, varens, orchideeën en hortensia’s te zien. In de lange gaanderijen zie je fuchsia’s en ooievaarsbek (geranium) in de meest uiteenlopende kleuren.

Bezoek aan de Koninklijke serres van Laken kan dit jaar nog tot en met 5 mei 2017. Toegangsprijs is 2,50€ per persoon (gratis onder de 18 jaar). Er is een parking recht tegenover de tuinen.

Pop-up park

Wie Brussel een beetje kent, weet dat er in de oude, industriële wijken langs de Kanaalzone maar weinig groen te vinden is. Het is de dichtstbevolkte zone van het gewest met amper 0,5 m² groen per inwoner!

Enkele buurtbewoners en lokale organisaties willen hier nu iets aan doen. Via deze website zamelen ze crowdfundgewijs geld in voor een gloednieuw ‘Pop-up park’ – een chique woord voor kraakpark. De locatie ligt nog niet vast maar de kans is groot dat het de buurt aan de Ninoofsepoort wordt.

Om van start te kunnen gaan, zoeken de organisatoren 5.000 euro. Op dit moment staat de teller nog op een dikke 500 euro.

Met het geld willen de initiatiefnemers een grasveld, bomen en planten, speeltuigen en een volkstuintje inrichten. Ze hopen dat de gewestelijke en lokale overheden (jaja, ’t is nooit simpel in Brussel) uiteindelijk het beheer van het park zullen overnemen.

Als stadstuinblogger ben ik natuurlijk een grote voorstander van het project en wens ik de Brusselaars veel succes en plezier toe! Misschien ga ik binnenkort wel eens een wandelingetje maken in het park.