Noten plukken op de begraafplaats

Peren, appelen en noten plukken tussen de grafzerken. Niet de meest voor de handliggende plek, maar in het Antwerpse Sint-Fredegandus begraafpark kan en mag je voor eigen gebruik komen plukken. Wel met respect voor de graven en bomen, benadrukt Mark, de man die me rondleidt op de begraafplaats tijdens Open Monumentendag.

Notenbomen tussen de zerken.

Het kerkhof is de oudste, nog bestaande, Antwerpse begraafplaats. Ondertussen wordt er hier niet meer begraven. Het oude gedeelte is geklasseerd, terwijl het overige gedeelte eind jaren negentig omgevormd werd tot park door architect Chris Vermander. Die hield rekening met het karakter en de geschiedenis van de plek.

Mijn gids werkte meer dan 20 jaar op de begraafplaats en is meer dan 30 vrijwilliger bij de heemkundige kring. Een wandelende encyclopedie!

“Ooit stonden er rondom de kerk een paar notenbomen waarvan de opbrengst verdeeld werd onder de armen”, vertelt mijn gids. “We vroegen aan de architect om dit in zijn ontwerp op te nemen.” De architect nam het advies ter harte en uiteindelijk werden er meer dan 100 notenbomen gepland tussen de zerken en langs de paden.

Het laten verwilderen van de planten is een bewuste keuze.

In een uithoek van de begraafplaats kregen oude peren- en appelrassen een plek. Door het slechte weer de afgelopen maanden viel de oogst dit jaar flink tegen. De notenbomen daarentegen hangen vol vruchten.

De jonge fruitbomen dragen dit jaar amper vruchten.

Ook in de rest van het begraafpark lijkt de natuur de overhand te nemen. Klimop overwoekert de graven en vlinderstruiken groeien vrolijk tussen de gebarsten zerken. “Soms halen we de klimop weg, maar eigenlijk is het beter dat we de plant laten groeien”, vertelt Mark. “De plant houdt de vervallen zerken goed samen. Zodra we de stengels weghalen, durven de stenen wel eens uit elkaar vallen.”

Sommige graven zijn in heel slechte staat

De wilde bloemen en vlinderstruiken snoeit men pas na de bloei terug, zodat de bijen en vlinders ervan kunnen genieten. Er leven niet alleen insecten, maar ook grotere dieren zoals egels. Er werd zelfs een mossoort ontdekt dat vooral in de Ardennen groeit en verder niet voorkomt in Vlaanderen.

Wuivende halmen tussen de grafzerken.

Of hoe kerkhoven in de stad een zegen kunnen zijn voor de lokale biodiversiteit!

Advertenties

Tuinstraten: het resultaat

Wat vliegt de tijd! In maart lanceerde Antwerpen aan’t Woord een eerste oproep, op 15 september zit het tuinstratenproject er alweer op. Het was dus dringend tijd om een kijkje te nemen bij de drie deelnemende straten.

Elke straat heeft zo zijn eigen karakter. De Pretstraat ligt in de natiebuurt, vlakbij Park Spoor Noord. Brede kasseibanen en oude pakhuizen typeren de omgeving.

De Pretstraat

De tuinstraat daar is een plek geworden om te vertoeven: er zijn een bar, banken en groene hoekjes die vooral gezellig zijn. Eetbaar moet al dat groen niet per se zijn, al staat er hier en daar wel een bak met groenten en kruiden.

De Pieter Génardstraat is een zijstraat van een drukke winkelstraat op het Kiel, in het zuiden van de stad. De straat ligt in de schaduw van het voetbalstadion van ‘den Beerschot’.

20170822_102226

Wie alleen maar witte en paarse bloemen verwacht, komt bedrogen uit. Gelukkig is er toch een buur die de clubvlag uithangt. Indrukwekkend is de houten constructie in de straat. Is het een zithoek? Of een speelplek? Het ziet er in ieder geval uitnodigend uit. Ook leuk is het blotevoetenpad. Net als in De Pretstraat is er een petanquebaan en banken om buiten te zitten. Wel iets meer moestuinhoeken, was mijn eerste indruk.

Tot slot is er de tuinstraat in de Nottebohmstraat. De straat ligt in het hippe Zuid en komt uit op de Dageraadplaats, een plein met het hoogste gehalte aan bakfietsouders in de stad (al is het ondertussen een nek-aan-nekrace met het Krugerplein denk ik). Bakfietsers weten waar de leukste speelplekken zijn én je lekker kan eten trouwens.

20170822_111333.jpg

Een originele tuinstraat bouwen is misschien wat minder aan hen besteed. Ik moest Google erbij halen om de straat te vinden. Ondanks dat het een doodlopende straat is, was er van een tuin weinig te merken. Twee bloembakken en een groene fietsenstallingen, dat was het. En misschien ook nog twee boomspiegels, al zou het kunnen dat die er voor het project er ook al zo uitzagen. Misschien hebben de bewoners er minder nood aan? Hun buren kunnen ze al op de Dageraadplaats ontmoeten en de buurt heeft best veel goedverzorgde groene gevels.

Bij de twee andere straten was de transformatie iets spectaculairder, maar ik hoop dat de deelnemers in de drie straten veel bijgeleerd hebben en vooral dat ze de smaak te pakken hebben gekregen!

500 jaar Dodoens

Hip hip hoera! Vandaag is het exact vijf eeuwen geleden dat Rembert Dodoens (1517-1585) werd geboren. Ter ere van zijn 500ste verjaardag zet het museum Plantin-Moretus in Antwerpen zijn activiteiten dit jaar in het teken van Dodoens.

Afgelopen zaterdag tijdens de Open Tuindagen volgde ik er een rondleiding in de binnentuin van het museum en drukte ik een zonnebloem uit Dodoens Cruydeboeck op een van de persen van het drukkerijmuseum. (Gemist? Geen nood, een herkansing volgt tijdens Museumnacht op 5 augustus.)

Onze gids vertelde heel enthousiast over de plantenkennis in de Renaissance.

Dodoens was lange tijd de stadsgeneesheer van Mechelen en schreef het Cruydeboeck waarin meer dan 1.000 inheemse planten beschreven staan met illustraties, namen en werking. Heel bijzonder voor die tijd was ook dat het boek in het Nederlands (Neerduytsch) geschreven was en niet in het Latijn. Dodoens vond het heel belangrijk dat zo veel mogelijk mensen een goede kennis van kruiden hadden.

De binnentuin van museum Plantin-Moretus, een Antwerps pareltje

Het Cruydeboeck was meer dan twee eeuwen lang het meest gebruikte handboek over kruiden in West-Europa. Zijn naslagwerk was in de tijd na de bijbel het meest vertaalde boek, dat wil al wat zeggen… Dodoens was de eerste die afweek van een alfabetische opsomming en de planten opdeelde in groepen.

Om zijn verjaardag te vieren, kan je een bezoek brengen aan een dodoenstuin in bijvoorbeeld Schilde of in Mechelen. In Mechelen zijn er het hele jaar door activiteiten, bijvoorbeeld begeleide wandelingen in de Dodoenstuin en cursussen botanisch tekenen. (Klik hier voor het volledige overzicht) 

Bewaren

Een gratis huis voor gierzwaluwen

Mijn perfecte zomeravond: een grote citronellakaars flakkert in de schemering van onze stadstuin. We nippen van onze rosé en nemen nog een olijfje of twee, terwijl we genieten van elkaars gezelschap en de zon nog nagloeit op onze gezichten. Dan horen we een piepend ‘srie-srie’: de gierzwaluwen zijn er weer.

Gierzwaluwen spenderen bijna hun hele leven in de lucht.

Gierzwaluwen zijn, anders dan de naam het doet vermoeden, meer verwant met de kolibrie dan met de boeren- of huiszwaluw. Ze leven 3 maanden per jaar in België en Nederland: van eind april tot begin augustus. Je vindt ze vooral in oude stadswijken, want ze maken hun nesten het liefst in de kieren en spleten van oude dakranden.

Het aantal gierzwaluwen in de stad neemt elk jaar helaas af. Door renovatie en isolatie van oude daken vinden de vogels geen broedplekken meer. In Antwerpen heeft Natuurpunt er nu iets op gevonden: gratis nestkasten voor gierzwaluwen. De stad en de districten Berchem, Borgerhout en Antwerpen verdelen in totaal 130 nestkasten. Het lijkt misschien weinig, maar niet elk huis is hiervoor geschikt. Want dit is de beste plek voor de nestkasten:

  • Een dakrand die gericht is naar het noorden of het oosten is het best.
  • Er is een vrije valhoogte van minimaal 5 meter nodig.
  • Bomen, palen of draden mogen de aanvliegroute niet belemmeren.
  • Gierzwaluwen leven in kolonies. Probeer dus meerdere kasten te hangen of overtuig uw buren.

Wij hebben geen plek die aan alle eisen voldoet, maar jij misschien wel? Vraag dan je gratis nestkastje aan via vogelwerkgroep@natuurpuntantwerpenstad.be.

Wilde planten eten

Nathalie van LesOdettes toont hoe vogelmuur eruit ziet.

Vorige week trok ik op wildplukwandeling in Antwerpen met Nathalie van LesOdettes. De vraag die dan op ieders lippen brandt: is dat niet vies met al die honden in de stad? Nathalies antwoord: ‘Mensen vergeten dat vossen en vogels ook op de groenten in het veld kakken.’ En met een aantal tips in het achterhoofd lijkt dit nogal mee te vallen:

  • Pluk niet te dicht bij een gevel of paaltje of een andere plek waarvan je vermoedt dat honden het aantrekkelijk vinden
  • In het bos is het belangrijk dat je plukt vanaf kniehoogte. Daaronder is er kans op de vossenziekte (vossenlintworm)
  • Was je oogst met water met daarin een scheutje azijn en spoel na

Waarom je dan toch aan het wildplukken moet? Niets moet natuurlijk, maar je leert weer heel nieuwe smaken kennen. Die citroenachtige slash etherische smaak van de douglasspar bijvoorbeeld. Nog nooit eerder geproefd en dus ook wat moeilijk te omschrijven.

Je kan de naalden en de dennenappels gebruiken om je gerechten op smaak te brengen.

Ook goed om te weten: wilde planten zijn nooit gecultiveerd en hebben daardoor nog heel veel voedingsstoffen. Anders dan de groenten uit de winkel maar ook uit eigen moestuin zijn ze nooit geselecteerd op kleur of vorm. Meteen ook een reden om het gebruik van wilde planten te doseren. Brandnetels werken bijvoorbeeld heel bloedzuiverend. Gezond, maar grote dosissen veroorzaken soms acne.

Een salade met onder andere look zonder look en daslook.

Wilde planten gebruik je dus best met mate. Bijvoorbeeld door wat madeliefjes te verwerken in een salade, kleine veldkers in de soep te draaien of om pesto te maken van dovenetel.

Houd je aan deze wildplukregels, zodat iedereen ervan kan genieten:

  • Pluk alleen voor eigen gebruik
  • Pluk niet meer dan 1/3de van de populatie
  • Laat de wortels van de planten staan
  • Vraag vooraf toestemming aan de eigenaar als je op privé gebied plukt

Mijn persoonlijke ontdekking was vogelmuur, een klein, onnozel plantje dat verrassend lekker smaakt naar verse erwtjes. Ook heel lekker is daslook, al was dat voor mij geen nieuwe kennismaking. Ik heb zelf wat daslook in mijn tuin staan en weet nu in Antwerpen waar je ze in het wild kan plukken (kuch Boelaertpark kuch).

Bloemblaadjes van seringen zijn lekker met opgeklopt eiwit en bloemsuiker

De wildplukwandeling doet je helemaal anders naar de stad kijken: in de tuin van de kerk staan bijvoorbeeld madeliefjes voor je salade en een appelboom waarvan je de bloesems ook kan eten. In een bloembak op iemands vensterbank komt wat klaverzuring piepen tussen de aangeplante kruiden. De palmkool in een moestuinbak van een samentuin was doorgeschoten, zodat we van de bloemetjes konden proeven.

Ik ga zeker wat vaker wildplukken. De eetbare bloemen zijn ideaal om gerechten te pimpen en ik neem me voor om dit jaar af en toe eens ‘onkruidpesto’ te maken. Gezond en lekker!

Koninklijke serres

Een parktuin van maar liefst 14.000m² kan je nauwelijks een typische stadstuin noemen, maar de koninklijke serres van Laken liggen in Brussel en zijn dus een vorm van stadstuinieren, toch?

Een bezoek is in ieder geval een aanrader. Dat weet de koning ook en daarom zet hij elk jaar drie weken lang de tuinpoorten open. Als bezoeker volg je braaf de route, die je gelukkig genoeg foto’s voor je Facebookprofiel opleveren.

Aan fotogenieke planten geen gebrek

Het eerste deel van de wandeling leidt je langs het kasteel en de enorme parktuin, inclusief vijver, Japanse kerselaars (Prunus serrulata) in bloei en strak getrimde hagen Als je goed kijkt, zie je zelfs het grijze silhouet van de stad Brussel op de achtergrond.

Het tweede deel neemt je mee in de serres zelf, die in 1873 werden ontworpen door architect Alphonse Balat in opdracht van Koning Leopold II.

Een gekroonde serre

De serres zijn aangepast aan het landschap: zo loopt er een lange, overdekte gaanderij over de heuvels van de parktuin. Een pareltje! Moest ik lid zijn van de koningsfamilie en een beetje sportief, zou ik er gaan joggen wanneer het regent.

Af en toe aanschuiven

Nu was het joggen een beetje moeilijk omdat de gangen af en toe verstopten met fotograferende mensen. Onze buggy van de trappen te dragen, bleek al een goede workout. (Echt rolstoel- en kinderwagenvriendelijk zijn de serres dus niet. Daarom organiseert men op 25 april een speciale dag waarbij de route wél toegankelijk is voor mensen op wieltjes.)

Een uitgebreide collectie varens

Een deel van de plantencollectie is even oud als de serres zelf. Koning Leopold II liet onder andere planten uit zijn Afrikaanse achtertuin overkomen. Er is een grote variatie aan rododendrons, varens, orchideeën en hortensia’s te zien. In de lange gaanderijen zie je fuchsia’s en ooievaarsbek (geranium) in de meest uiteenlopende kleuren.

Bezoek aan de Koninklijke serres van Laken kan dit jaar nog tot en met 5 mei 2017. Toegangsprijs is 2,50€ per persoon (gratis onder de 18 jaar). Er is een parking recht tegenover de tuinen.

Inheemse plantenmarkt 2017

Natuurpunt organiseert voor de derde keer een inheemse plantenmarkt in Antwerpen. Nieuw vanaf dit jaar is dat je er ook autochtoon plantengoed kan kopen.

Het verschil? Soorten kunnen dan wel inheems zijn (dus van nature in onze streek voorkomen) maar het plantmateriaal dat je van zo’n soort in de winkel koopt kan afkomstig zijn van een andere streek in de wereld (bijvoorbeeld een Vlier die men in de Kaukasus is gaan halen). Deze planten zijn dan evengoed niet aangepast aan onze lokale omstandigheden.

Autochtone planten daarentegen groeien hier al duizenden jaren en zijn daardoor aangepast aan de lokale bodem- en klimaatcondities.

De bloemen en bladeren van daslook zijn heel lekker in een salade (en je ademt stinkt niet achteraf, ha!)

Wilde asperge, daslook, tongvaren, wilde cichorei…Met een keuze uit zo’n 80 soorten is de plantenmarkt een echte aanrader. Als je voor 31 maart besteld, krijg je 10% korting.

Praktisch:

Inheemse plantenmarkt Antwerpen op 30 april van 10u tot 17u, op het plein aan de Kloosterstraat en Goedehoopstraat, 2000 Antwerpen. Planten bestellen en meer informatie via www.wilderisbeter.be.

Plant je potlood

Prenten kleuren schijnt ook onder volwassenen weer helemaal in te zijn. Ik moet toegeven dat ik na een ‘mandalafase’ ruim tien jaar geleden geen kleurpotlood meer heb vastgenomen. Eigenlijk vond ik dat kleuren best ontspannend, maar nu doe ik andere dingen om tot rust te komen. Tuinieren bijvoorbeeld.

Nu blijkt er een Deens bedrijf het beste van deze twee werelden te combineren: kleurpotloden die je kan planten.

Of wat dacht je hiervan:

Hoe schattig is dat? Je kan er onder andere peterselie, paprika en lavendel mee laten groeien. Het concept is blijkbaar bedacht in de Verenigde Staten door een paar MIT-studenten, maar is ondertussen overgekocht en gepatenteerd door het Deense bedrijf.

Ik zou er bijna weer mijn mandala’s van onder het stof voor halen.

De Grote Geveltuinactie

[stem met dichtgeknepen neus:] Aandacht, aandacht. Bericht aan de bevolking van District Antwerpen aangaande de vergroening van uw woonomgeving. Vanaf heden tot en met 31 oktober kunt u een gratis en voor niets uw geveltuin reserveren via de website Wilder is beter.

U kan opteren voor 1 van de 11 soorten geveltuinen. Ik herhaal: 11 soorten geveltuinen. Vanzelfsprekend gaat het om biologisch geteelde inheemse planten die adequaat zijn voor de biodiversiteit in de stad.

website_header

Er zijn planten aangepast aan uw persoonlijke gevelsituatie: schaduw, halfschaduw/halfzon en zon. Inspiratie vindt u in de voorbeeldgeveltuin aan het Museum der Hededaagse Kunst (M KHA) gelegen in de Leuvenstraat te Antwerpen.

De eeuwige twijfelaar verwijzen wij gaarne naar de infosessie op 29 september om 19u in het auditorium van het M KHA. Het gereserveerde pakket kunt u bekomen door op 26 november tussen 11 en  16 uur aan het Museum der Hedendaagse Kunst te posteren.

Dank voor uw aandacht.

Wilde planten

Word jij ook zo vrolijk van onkruid? En dan bedoel ik niet die onverwoestbare heermoes in je tuin die je misschien tot wanhoop drijft, maar de vrolijke klaproos, groot kaasjeskruid en duizendblad in kieren en gaten in het stadsbeton.

Viooltjes groeien spontaan tussen de stoeptegels

Viooltjes groeien spontaan tussen de stoeptegels in Hoboken

Sinds gemeenten geen pesticiden meer mogen gebruiken om openbare ruimte te beheren, zijn de bermen aan de kant van de weg veel levendiger. Ik word alleszins instant gelukkig van ecologische bermen waar wilde planten weelderig bloeien.

Een ecologische berm in Park Spoor Noord

Een ecologische berm in Park Spoor Noord

Ik vind het daarom heel jammer dat de website Wilde planten in Brugge deze week aankondigde ermee op te houden. De afgelopen maanden ging initiatiefnemer Marc Willems op zoek naar wilde flora in Brugge. Geen plantje was te klein voor deze blog. Gelukkig blijft de website met maar liefst 120 beschrijvingen van ‘onkruid’ als naslagwerk bestaan.

Het was heel fijn om via de website en bijhorende Facebookpagina te leren over de namen en eigenschappen van planten die je bijna dagelijks passeert in de straten. Verrassend bijvoorbeeld dat er meer eetbaar groeit dan je denkt, al geef ik toe dat ik het niet zo maar van de straat zou plukken.

Bewaren